ECLI:NL:RBDHA:2026:6411
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na gegrond beroep asielaanvraag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 5 januari 2026 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 10 maart 2026 behandelde de voorzieningenrechter het verzoek samen met het beroep. Bij uitspraak van dezelfde dag in zaaknummer NL26.1612 werd het beroep gegrond verklaard vanwege een motiveringsgebrek en werd het bestreden besluit vernietigd. Hierdoor was een voorlopige voorziening niet langer nodig.
De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde de minister tot betaling van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 934,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.