Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6411

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
NL26.1613
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na gegrond beroep asielaanvraag

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 5 januari 2026 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Op 10 maart 2026 behandelde de voorzieningenrechter het verzoek samen met het beroep. Bij uitspraak van dezelfde dag in zaaknummer NL26.1612 werd het beroep gegrond verklaard vanwege een motiveringsgebrek en werd het bestreden besluit vernietigd. Hierdoor was een voorlopige voorziening niet langer nodig.

De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde de minister tot betaling van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 934,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.1613

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer]

verzoeker
(gemachtigde: mr. A.A. Scholtmeijer),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. P. Loijenga).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 5 januari 2026 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep (NL26.1612) op 10 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.1612, heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard vanwege een motiveringsgebrek en het bestreden besluit vernietigd. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.