ECLI:NL:RBDHA:2026:6433
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht en onbekend adres
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning met als doel arbeid als zelfstandige. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is.
De kern van het niet-ontvankelijk verklaren ligt in het niet tijdig betalen van het griffierecht van €194,-. De griffier heeft verzoeker per aangetekende brief verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen, maar deze brief is retour gekomen met de mededeling dat de geadresseerde onbekend is. Verder is verzoeker niet terug te vinden in de Basisregistratie personen, waardoor geen alternatief adres kon worden vastgesteld.
Verzoeker heeft geen verontschuldiging gegeven voor het niet betalen van het griffierecht. Bovendien blijkt uit een tweede ingediend verzoek dat verzoeker kennelijk een ander postadres hanteert zonder dit aan de rechtbank door te geven. De voorzieningenrechter concludeert dat het niet tijdig betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar is en verklaart het verzoek daarom niet-ontvankelijk. Er volgt geen inhoudelijke beoordeling en geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en onbekend adres van verzoeker.