ECLI:NL:RBDHA:2026:6436
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van tweede verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als doel arbeid als zelfstandige, welke door de minister van Asiel en Migratie op 9 december 2025 is afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt en op 18 december 2025 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend (zaaknummer AWB 25/24265). Op 15 januari 2026 diende verzoeker een tweede verzoek om voorlopige voorziening in (zaaknummer AWB 26/868).
De voorzieningenrechter oordeelt dat het tweede verzoek niet-ontvankelijk is omdat tegen hetzelfde besluit niet twee keer een voorlopige voorziening kan worden ingediend zolang het eerste verzoek nog niet is beslist. Daarnaast is vastgesteld dat het tweede verzoek niet door verzoeker zelf is ondertekend, maar door een onbekende derde die dezelfde handtekening gebruikt in meerdere vergelijkbare zaken met hetzelfde postadres.
Hierdoor wordt het tweede verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en wordt het niet inhoudelijk beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.M.L. Wijnen op 18 maart 2026.
Uitkomst: Het tweede verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege dubbeling en ondertekening door een onbekende derde.