ECLI:NL:RBDHA:2026:6437
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende onderbouwing vrees eerwraak
Eiser, een Iraakse nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend sinds 2008, waarbij hij telkens vrees voor eerwraak aanvoerde vanwege een relatie met een getrouwde vrouw. Na eerdere afwijzingen en vernietigingen is zijn meest recente aanvraag van maart 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond.
De rechtbank beoordeelt dat eiser onvoldoende objectief bewijs heeft geleverd om zijn vrees voor eerwraak aannemelijk te maken. De steunverklaringen van familieleden, buurtbewoners en een mukhtar zijn summier, weinig concreet en subjectief van aard. Ook het argument dat hij pas in 2023 de aanvraag deed, terwijl hij eerder over documenten beschikte, weegt mee.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder het juiste toetsingskader heeft gehanteerd door de nieuwe elementen te accepteren en deze vervolgens inhoudelijk te beoordelen. De aangevoerde verwestering van eiser en de risico’s daarvan worden niet overtuigend geacht.
Het opgelegde inreisverbod wordt gehandhaafd, waarbij de rechtbank oordeelt dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro onvoldoende is onderbouwd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en handhaaft de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende onderbouwing van de vrees voor eerwraak.