ECLI:NL:RBDHA:2026:6438

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
NL25.38539
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing opvolgende asielaanvraag

Verzoeker heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 14 augustus 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Den Haag, locatie Middelburg.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Op dezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep (zaaknummer NL25.38538).

Gezien de uitspraak op het hoofdberoep wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 23 maart 2026 gedaan en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.38539

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. Y. Thole).

Samenvatting

Met het besluit van 14 augustus 2025 heeft verweerder een opvolgende asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dat besluit. Hij heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Met de uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.38538, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 23 maart 2026 door mr. E.J. Govaers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Uitspraak bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.