ECLI:NL:RBDHA:2026:6438
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing opvolgende asielaanvraag
Verzoeker heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 14 augustus 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Den Haag, locatie Middelburg.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Op dezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep (zaaknummer NL25.38538).
Gezien de uitspraak op het hoofdberoep wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 23 maart 2026 gedaan en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag is afgewezen.