Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6465

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
C/09/699159 / KG ZA 26-142
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:54 BWArt. 6:248 BWArt. 6:262 BWArt. 6:265 BWArt. 6:266 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering en gebruiksverbod gegevens in ICT-project afgewezen, beslagen opgeheven

Agnicio vordert betaling van onbetaalde facturen en nacalculatie in een ICT-project met Delfluent, die deze vorderingen betwist en zelf ongedaanmaking van betaalde facturen vordert wegens onverschuldigde betaling en ontbinding van de overeenkomst.

De rechtbank stelt vast dat de betalingscondities en de omvang van de overeenkomst onduidelijk zijn, waardoor niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld of de vorderingen van Agnicio en Delfluent in een bodemprocedure zullen worden toegewezen. Daarom wijst de rechtbank de geldvorderingen van beide partijen af.

Wel wijst de rechtbank het verbod op het gebruik van gegevens door Agnicio toe, omdat Agnicio dit niet heeft betwist, en beveelt de opheffing van de door Agnicio gelegde beslagen op de bankrekening van Delfluent, omdat Delfluent voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij verhaal zal bieden en het beslag haar in problemen brengt.

Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten, waarbij Agnicio de kosten van Delfluent en Delfluent de kosten van Agnicio moet betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank wijst de betalingsvorderingen af, wijst het verbod op gebruik van gegevens en de opheffing van beslagen toe, en veroordeelt partijen in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaak-/rolnummer: C/09/699159 / KG ZA 26-142
Vonnis in kort geding van 6 maart 2026
in de zaak van
AGNICIO B.V.te Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
hierna te noemen: Agnicio,
advocaat: mr. J.R.W. Bousema,
tegen
DELFLUENT SERVICES B.V.te Den Haag,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
hierna te noemen: Delfluent,
advocaat: mr. E. Vaal.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit:
- de dagvaarding van 23 februari 2026 met producties 1 tot en met 26;
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 9;
- de akte overlegging producties 10 en 11 namens Delfluent;
- de akte overlegging producties 12 en 13 namens Delfluent;
- de akte overlegging producties 27 tot en met 34 namens Agnicio;
- de akte overlegging producties 14 en 15 namens Delfluent;
- de akte overlegging productie 35 namens Agnicio.
1.2.
Op 3 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. De griffier heeft hiervan aantekeningen gemaakt. Partijen hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen die zijn toegevoegd aan het procesdossier.
1.3.
Vanwege de spoedeisendheid van de zaak is op 6 maart 2026 vonnis gewezen. Hierna zullen de overwegingen van dat vonnis worden gegeven. Deze aanvulling is gegeven op 20 maart 2026.

2.De feiten

2.1.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.2.
Agnicio is een bedrijf dat zich onder meer bezighoudt met activiteiten op het gebied van computerconsultancy, beheer van computerfaciliteiten en het ontwerpen van computerprogramma’s.
2.3.
Delfluent is een consortium dat werkt aan het ontwerpen, bouwen, financieren en beheren van afvalwatervoorzieningen in de regio Den Haag. Zij is een dochtermaatschappij van Evides Industriewater (hierna: Evides).
2.4.
Partijen zijn met elkaar in contact gekomen, waarna is verkend of Agnicio een visie kon ontwikkelen voor de toepassing van kunstmatige intelligentie bij het onderhoud van waterzuiveringsinstallaties.
2.5.
Agnicio is in een offerte van 3 december 2024 ingegaan op de P0-fase, die is omschreven als “
P0 is a phase where we will deep dive on the presented vision and products from a process & tool perspective and (it will allow us) to build a project plan.” De kosten voor deze fase zijn geschat op € 41.250 (exclusief btw). Agnicio heeft dit bedrag bij facturen van 16 december 2024 en 6 februari 2025 in rekening gebracht, Delfluent heeft dit betaald.
2.6.
Op 30 december 2024 heeft Agnicio een offerte opgesteld die sluit op € 610.000 (exclusief btw) en waaraan is toegevoegd: “
A post-calculation will be conducted based on the actual number of hours worked.”. Het totaalbedrag is opgebouwd uit Data Foundation & Governance (€ 60.000), Problem Sensing (€ 190.000), Augmented Maintenance (€ 180.000) en Planning (€ 180.000). Onderaan deze optelling staat: “
Cost around Azure cloud usage will be billed as per monthly spend.” Verder is in de offerte opgenomen: “
Agnico works with an advance payment of 25% which an invoice will be sent after signing the quote.
2.7.
Delfluent heeft op 31 december 2024 vier inkooporders opgesteld, waarop steeds is aangetekend: “
Conform uw offerte d.d. 30-12-2024 en zoals besproken (…) is de betalingsconditie 25% bij order en 75% na uitvoering”. De omschrijvingen en bedragen van deze orders zijn gelijk aan de vermeldingen op de offerte van 30 december 2024. Verder is opgenomen dat de algemene inkoopvoorwaarden van toepassing zijn, die op de achterzijde van de orders zijn afgedrukt. Artikel 3.2 van deze voorwaarden luidt: “
Wijzigingen in een Offerte, Opdracht of Overeenkomst – waaronder afspraken over meer- en minderwerk – worden alleen vooraf en schriftelijk of elektronisch gecommuniceerd en overeengekomen.
2.8.
Agnicio heeft bij facturen van 31 december 2024 in totaal een bedrag van € 152.500 in rekening gebracht, dat door Delfluent is betaald. Bij facturen van 4 april 2025 is in totaal € 305.000 in rekening gebracht. Ook dit bedrag heeft Delfluent betaald. Bij elkaar gaat dit om betalingen van € 457.500 ofwel 75% van het bedrag van € 610.000.
2.9.
Op 4 juli 2025 heeft Agnicio vier facturen met een totaalbedrag van € 152.500 aan Delfluent verstuurd. Dit betreft de laatste termijn van 25% van € 610.000. Delfluent heeft deze facturen niet betaald.
2.10.
Bij brief van 17 oktober 2025 heeft Delfluent Agnicio in gebreke gesteld en gesommeerd binnen dertig dagen de overeenkomst correct na te komen.
2.11.
Delfluent heeft bij brief van 24 november 2025 de overeenkomst met Agnicio buitengerechtelijk ontbonden.
2.12.
Agnicio sommeert Delfluent bij brief van 9 december 2025 de openstaande factuur van € 152.500 te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 18 juli 2025 en de buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast wordt Delfluent gesommeerd te bevestigen dat zij de nacalculatie van € 240.487,50 zal voldoen zodra deze wordt gefactureerd. Delfluent heeft dit bij e-mailbericht van 22 december 2025 afgewezen.
2.13.
Bij factuur van 4 februari 2026 brengt Agnicio een bedrag van € 8.517,33 bij Delfluent in rekening voor “Azure Cloud Cost”. Delfluent heeft deze factuur niet betaald.
2.14.
Op 24 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank verlof verleend aan Agnicio om beslag te leggen op de bankrekening van Delfluent.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
Agnicio vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, Delfluent veroordeelt tot betaling van € 152.500 aan onbetaalde facturen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 18 juli 2025, alsmede € 210.355 aan gewerkte uren op basis van nacalculatie en € 8.517,33 aan kosten voor het gebruik van Azure Cognitive Services. Daarnaast vordert Agnicio Delfluent te veroordelen in € 2.300 aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Agnicio legt aan de vorderingen ten grondslag dat Delfluent gehouden is de overeenkomst na te komen en de (resterende) facturen van € 152.500 te voldoen. Delfluent was niet gerechtigd de betaling op te schorten omdat zij in schuldeisersverzuim verkeerde, zoals volgt uit artikel 6:54 sub a Burgerlijk Pro Wetboek (hierna: BW). Mocht Delfluent wel gerechtigd zijn haar verplichtingen op te schorten, dan is dit beroep disproportioneel op grond van artikel 6:262 lid 2 BW Pro, dan wel is dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (artikel 6:248 lid 2 BW Pro). Het schuldeisersverzuim blokkeert bovendien het beroep van Delfluent op ontbinding van de overeenkomst (artikel 6:266 lid 1 BW Pro), dat tevens niet gerechtvaardigd is vanwege de geringe betekenis van de tekortkoming aan de zijde van Agnicio (artikel 6:265 lid 1 BW Pro). Op basis van de offerte was Agnicio daarnaast bevoegd op basis van nacalculatie de werkelijke uren bij Delfluent in rekening te brengen, die kosten zijn gecalculeerd op € 210.355. Ditzelfde geldt voor de kosten van het gebruik van de Azure services van € 8.517,33.
3.3.
Delfluent voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Agnicio, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Agnicio in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
3.5.
Delfluent vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, Agnicio veroordeelt tot betaling van € 369.050 aan onverschuldigd betaalde facturen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 22 april 2025. Daarnaast vordert Delfluent dat Agnicio wordt veroordeeld alle ter beschikking gestelde gegevens aan haar over te dragen en het gebruik daarvan te staken, beide onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000 per dag met een maximum van € 50.000. Tevens vordert Delfluent dat Agnicio wordt veroordeeld tot het opheffen van alle beslagen die zij ten laste van Delfluent heeft gelegd, dan wel het beslag op te heffen voor zover dit het bedrag van de vordering in conventie te boven gaat. Dit alles met veroordeling van Agnicio in de proceskosten.
3.6.
Delfluent legt aan de vorderingen ten grondslag dat zij de facturen tot een bedrag van € 369.050 onverschuldigd heeft betaald (artikel 6:203 BW Pro). Volgens de overeenkomst zou 75% pas na uitvoering van de opdracht verschuldigd zijn en zover is het nooit gekomen. Daarnaast is de overeenkomst ontbonden, waardoor op grond van artikel 6:271 BW Pro ongedaanmakingsverplichtingen zijn ontstaan. De gegevens die door Delfluent (en/of Evides) in het kader van de opdracht aan Agnicio ter beschikking zijn gesteld dienen aan haar teruggegeven te worden en het gebruik daarvan dient gestaakt te worden op grond van wanprestatie of onrechtmatige daad. Ten slotte dienen alle beslagen, op grond van artikel 705 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), opgeheven te worden omdat er geen enkel risico bestaat dat Delfluent geen verhaal zal bieden.
3.7.
Agnicio voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Delfluent, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Delfluent in de kosten van deze procedure.
3.8.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
Het toetsingskader in kort geding
4.1.
De vorderingen van Agnicio hebben betrekking op betaling van onbetaalde facturen, meerwerk en het gebruik van de Azure cloud. Het verweer van Delfluent komt er in de kern op neer dat de facturen nog niet opeisbaar waren en er geen rechtsgrond is voor de overige bedragen.
4.2.
De voorzieningenrechter stelt het volgende voorop. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De voorzieningenrechter moet onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is. Dat betekent dat met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten moet zijn dat de bodemrechter haar zal toewijzen. Daarnaast moet sprake zijn van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de voorzieningenrechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling mocht de bodemrechter anders beslissen.
De vorderingen van Agnicio worden afgewezen
4.3.
De geldvorderingen van Agnicio voldoen niet aan verschillende aspecten van het hiervoor vermelde strikte toetsingskader. Partijen twisten over de vraag welke afspraken zij hebben gemaakt en welke betalingscondities daarbij horen. Agnicio stelt dat Delfluent met het plaatsen van de inkooporders op 31 december 2024 heeft geaccepteerd dat de opdracht zou worden uitgevoerd voor een bedrag van tussen de € 610.000 en € 820.000. De daadwerkelijke scope van het project zou bepaald worden tijdens de P0-fase, die liep tot februari 2025. Delfluent heeft zich volgens Agnicio daar ook met haar betalingsgedrag aan geconformeerd door exact 75% van de ondergrens van € 610.000 te betalen. Daarnaast is in de offerte van 30 december 2024 vermeld dat meerwerk in rekening gebracht zou worden en de kosten van de Azure cloud doorbelast zouden worden.
Delfluent voert daartegen aan dat met het plaatsen van de inkooporders het aanbod van Agnicio is verworpen en zij een nieuw aanbod heeft gedaan, waarop haar inkoopvoorwaarden van toepassing zijn. Volgens de inkooporders wordt 25% bij order betaald en 75% bij uitvoering. Van een (volledige) uitvoering is nog geen sprake, zodat pas 25% van de overeengekomen prijs opeisbaar is. Dat inmiddels 75% is betaald wil niet zeggen dat Delfluent akkoord is met de betalingscondities van Agnicio, maar dat er al 50% onverschuldigd is betaald (waarover de vordering van Delfluent in reconventie gaat). De resterende som is nog niet opeisbaar. Daarnaast kunnen volgens artikel 3.2 van haar inkoopvoorwaarden wijzigingen alleen vooraf en schriftelijk of elektronisch gecommuniceerd en overeengekomen worden. Dat is hier niet gebeurd. Mocht al sprake zijn van meerwerk, dan zijn de facturen hiervoor te laat ingediend, aldus Delfluent.
4.4.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het voor de voorzieningenrechter niet eenvoudig is vast te stellen of de vorderingen van Agnicio toewijsbaar zijn. Over zowel de totstandkoming van de overeenkomst en de daarbij (volgens Agnico) behorende betalingscondities, als de inhoud van de overeenkomst is, in het licht van de betwistingen van Delfluent, onvoldoende duidelijkheid verkregen. Een kort geding-procedure leent zich niet voor het geven van een bewijsopdracht of het horen van getuigen om die duidelijkheid te verkrijgen. Dit heeft tot gevolg dat er voldoende twijfel bestaat of de vorderingen van Agnicio in een bodemzaak zullen worden toegewezen. Dit houdt in dat de vorderingen van Agnicio in kort geding niet toewijsbaar zijn.
Agnicio moet de proceskosten betalen
4.5.
Agnicio is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Delfluent worden begroot op:
- griffierecht
7.062
- salaris advocaat
1.177
- nakosten
189
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
8.428
in reconventie
De geldvorderingen van Delfluent worden afgewezen
4.6.
Voor de door Delfluent ingediende geldvorderingen geldt hetzelfde toetsingskader zoals is geschetst in 4.2 van dit vonnis. Vereist is dat er een behoorlijke mate van waarschijnlijkheid is dat de vordering in een bodemzaak standhoudt en er dient gekeken te worden naar het restitutierisico.
4.7.
Ook de geldvorderingen van Delfluent voldoen niet aan de voorwaarden van het geschetste kader. Delfluent stelt de betalingen van de facturen van 4 april 2025 onverschuldigd te hebben gedaan. Deze betalingen zouden pas na uitvoering van het project gedaan moeten worden, maar zover is het niet gekomen. Dat het project niet is afgerond blijkt uit een rapport van een IT-expert, alsmede dat er serieuze gebreken aan het werk kleven. Daarnaast is volgens Delfluent de overeenkomst ontbonden waardoor ongedaanmakingsverplichtingen zijn ontstaan. Dat betekent volgens Delfluent dat Agnicio de reeds betaalde bedragen dient terug te betalen. In het verlengde hiervan vordert Delfluent dat de gegevens die zij in het kader van de overeenkomst aan Agnicio heeft verstrekt, aan haar worden overgedragen. Agnicio stelt daar tegenover dat bedragen van een dergelijke hoogte niet abusievelijk betaald kunnen zijn en bovendien door twee personen goedkeuring moet zijn gegeven. Verder verkeerde Delfluent volgens Agnicio in schuldeisersverzuim doordat noodzakelijke gegevens voor het slagen van het project niet zijn verstrekt en Delfluent – na een managementwisseling – het project heeft gefrustreerd. Daarmee was Agnicio niet gerechtigd de overeenkomst te ontbinden. Het door Delfluent ingebrachte rapport is volgens Agnicio niet bruikbaar want hierin is uitgegaan van de scope zoals opgenomen in de offerte van 30 december 2024, terwijl de werkelijke scope pas is bepaald in de P0-fase die liep tot in februari 2025. Daarnaast had de IT-expert uitsluitend toegang tot de front-end van de applicatie en niet tot de technische infrastructuur zodat een groot deel van het geleverde werk niet beoordeeld kon worden. Ten slotte zou de expert volgens Agnicio te weinig tijd hebben gehad om een deugdelijk onderzoek uit te voeren. Mochten er al gebreken kleven aan het geleverde werk, dan is dit het gevolg van de weigering van Agnicio om noodzakelijke gegevens beschikbaar te stellen en gaat het bovendien om een dermate geringe tekortkoming dat dit ontbinding van de overeenkomst niet rechtvaardigt, aldus nog steeds Agnicio.
4.8.
De geldvorderingen van Delfluent in deze procedure kunnen evenmin worden toegewezen. Ook in dit verband geldt dat binnen de beperkte mogelijkheden van een kort geding het niet mogelijk is om met een grote mate van waarschijnlijkheid vast te stellen of deze vorderingen, op grond van onverschuldigde betaling of ontbinding van de overeenkomst, in een bodemprocedure zullen worden toegewezen.
4.9.
Delfluent, dan wel Evides, heeft ten behoeve van de uitvoering van de overeenkomst gegevens aan Agnicio verstrekt. Delfluent vordert dat Agnicio deze gegevens aan haar overdraagt en geen kopieën daarvan achterhoudt. Deze vordering houdt verband met de ontbinding van de overeenkomst, waaruit ongedaanmakingsverplichtingen voortvloeien. Uit het voorgaande volgt dat in dit kort geding niet met de noodzakelijke mate van zekerheid kan worden uitgegaan van de gerechtvaardigdheid van de ontbinding, zodat ook de vordering tot teruggave van de hiervoor genoemde gegevens wordt afgewezen.
De overige vorderingen van Delfluent worden toegewezen
4.10.
Delfluent vordert daarnaast dat Agnicio het gebruik van de gegevens die zij in het kader van de ontwikkeling van het platform aan Agnicio heeft verstrekt, te staken. Deze gegevens zouden door Agnicio onder meer in demonstratievideo’s gebruikt worden. Agnicio heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard de gegevens niet meer te gebruiken in demonstratievideo’s. Verder heeft Agnicio tegen deze vordering geen verweer gevoerd.
4.11.
De rechtbank zal deze vordering daarom toewijzen. De gevorderde dwangsom wordt eveneens toegewezen, als stimulans tot nakoming van de beslissing. De op te leggen dwangsom wordt gematigd en daaraan wordt een maximum verbonden, een en ander zoals in de beslissing wordt vermeld.
4.12.
Ten slotte vordert Delfluent opheffing van de beslagen die Agnicio onder haar heeft gelegd. Delfluent stelt dat Agnicio bij het beslag geen belang bij heeft omdat er geen risico is dat Delfluent als semi-overheidsinstelling geen verhaal zou bieden. Dit wordt al geïllustreerd door de omstandigheid dat het beslag doel heeft getroffen op een bankrekening waarop enkele miljoenen euro’s staan. Agnicio heeft dit specifieke punt niet betwist.
4.13.
Op grond van artikel 705 lid 2 Rv Pro wordt een gelegd conservatoir beslag onder meer opgeheven als summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt. Volgens vaste rechtspraak ligt het op de weg van degene die opheffing van het conservatoire beslag vordert (in dit geval Delfluent) om, met inachtneming van de beperkingen van een kort geding, aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger (Agnicio) gepretendeerde vordering ondeugdelijk is of dat het voortduren van het beslag om andere redenen niet kan worden gerechtvaardigd. Bij de beoordeling of een beslag moet worden opgeheven, maakt de voorzieningenrechter ook een afweging van de wederzijdse belangen, waarbij hij beoordeelt of het belang van de beslaglegger bij handhaving van het beslag op grond van de door deze naar voren gebrachte omstandigheden zwaarder moet wegen dan het belang van de beslagene bij opheffing van het beslag. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Delfluent voldoende onderbouwd dat zij zonder meer verhaal zal bieden als zij in een bodemprocedure zou worden veroordeeld tot betaling van de door Agnicio gevorderde bedragen. Bovendien heeft Delfluent onbestreden naar voren gebracht dat het beslag haar in problemen brengt doordat zij bijvoorbeeld geen belastingafdracht kan doen. Agnicio heeft daartegen onvoldoende ingebracht en onvoldoende eigen belang bij het handhaven van het beslag aangevoerd.
De vordering van Delfluent tot opheffing van de beslagen zal daarom worden toegewezen.
Delfluent moet de proceskosten betalen
4.14.
De reconventionele vordering bestaat voor het grootste gedeelte uit betaling van een geldsom. Die vordering wordt afgewezen. Delfluent wordt daarmee grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
De proceskosten van Agnicio worden begroot op:
- salaris advocaat
1.177
- nakosten
189
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.366

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van Agnicio af;
5.2.
veroordeelt Agnicio in de proceskosten van € 8.428, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als Agnicio niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in reconventie
5.4.
veroordeelt Agnicio om het gebruik van gegevens die van Delfluent, dan wel Evides, afkomstig zijn en/of Delfluent, dan wel Evides, betreffen, waaronder, maar niet beperkt tot demonstratievideo’s, te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag of dagdeel waarop Agnicio na betekening van dit vonnis hier niet volledig aan voldoet, tot een maximum van € 25.000;
5.5.
veroordeelt Agnicio per direct alle beslagen op te heffen die zij ten laste van Delfluent heeft gelegd;
5.6.
veroordeelt Delfluent in de proceskosten van € 1.366, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als Delfluent niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op
6 maart 2026.
3425