Verzoeker heeft op 3 januari 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Tijdens de procedure heeft de minister van Asiel en Migratie op 13 oktober 2025 alsnog een besluit genomen op deze aanvraag. Hierop heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat de veroordeling in proceskosten geregeld is in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist en alsnog een besluit heeft genomen, is verweerder geheel of gedeeltelijk tegemoetgekomen aan verzoeker.
De rechtbank wijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten toe en stelt deze vast op €467, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep, dat alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 14 januari 2026.