ECLI:NL:RBDHA:2026:6479
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen oplegging inreisverbod van twee jaar ongegrond verklaard
Eiser, van Turkse nationaliteit, kreeg op 23 februari 2026 een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiser stelde dat de minister geen zorgvuldige belangenafweging had gemaakt, aangezien hij langdurig in Nederland verbleef, zakelijke belangen had en een aanvraag voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden had ingediend.
De rechtbank oordeelde dat de minister op grond van artikel 66a van de Vreemdelingenwet bevoegd was het inreisverbod op te leggen en dat de duur van het verbod passend was gelet op alle relevante omstandigheden. De minister had bij het terugkeerbesluit in 2018 reeds een belangenafweging gemaakt, inclusief de zakelijke en familiale omstandigheden van eiser, en had deze afweging bij het huidige besluit herhaald.
Eiser bracht geen nieuwe feiten aan die een andere beslissing rechtvaardigden. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van het inreisverbod van twee jaar wordt ongegrond verklaard.