ECLI:NL:RBDHA:2026:6484
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. J. P. Bosman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiseres, met de Nigeriaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiseres voert aan dat bijzondere individuele omstandigheden, waaronder haar zwangerschap, de asielprocedure van haar partner in Nederland, en vermeende discriminatie en slechte behandeling in Duitsland, maken dat zij niet aan Duitsland mag worden overgedragen. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij overdracht een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank stelt dat de aangevoerde omstandigheden niet zodanig zijn dat zij een discretionaire bevoegdheid tot het achterwege laten van overdracht rechtvaardigen. Ook is niet gebleken dat Nederland het aangewezen land is voor behandeling van de asielaanvraag. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.