ECLI:NL:RBDHA:2026:6490

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
NL25.52564
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J. J. P. Bosman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 DublinverordeningArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen verlenging overdrachtstermijn naar Frankrijk niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de verlenging van de overdrachtstermijn voor zijn overdracht naar Frankrijk. De minister van Asiel en Migratie had de overdrachtstermijn verlengd tot 8 juli 2026 vanwege de gevangenzetting van eiser.

De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder zitting, omdat dit niet noodzakelijk werd geacht. Eerder had de rechtbank bij uitspraak van 3 maart 2026 het beroep van eiser ongegrond verklaard, waarbij de uiterste overdrachtsdatum op 3 september 2026 werd vastgesteld op grond van artikel 29, eerste lid van de Dublinverordening.

De verlenging van de overdrachtstermijn tot 8 juli 2026 valt daarmee binnen de uiterste overdrachtsdatum, waardoor het verlengingsbesluit praktisch geen betekenis meer heeft. Hierdoor ontbreekt het aan procesbelang voor een inhoudelijke beoordeling van het besluit.

De rechtbank concludeert dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en wijst het beroep af zonder proceskosten toe te kennen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open, behalve het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.52564

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M.Z. Sayin),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de verlenging van de overdrachtstermijn voor de overdracht van eiser naar Frankrijk. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 23 oktober 2025 de overdrachtstermijn tot 8 juli 2026 verlengd, vanwege gevangenzetting van eiser.

Beoordeling door de rechtbank

Geen zitting
2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]
3. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is.
Heeft eiser nog procesbelang?
4. Rechtbank Den Haag heeft bij uitspraak van 3 maart 2026 [2] het beroep van eiser ongegrond verklaard. De rechtbank stelt vast dat daarmee de uiterste overdrachtsdatum op 3 september 2026 komt te liggen, op grond van artikel 29, eerste lid van de Dublinverordening. Hiermee ligt de verlenging van de overdrachtstermijn op de uiterste overdrachtsdatum van 3 september 2026. Het verlengingsbesluit heeft hierdoor in praktische zin geen betekenis meer.
5. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat er geen procesbelang is bij een inhoudelijke beoordeling van het verlengingsbesluit.

Conclusie en gevolgen

6. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank twijfelt hier niet over. Daarom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. J. P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van M. Ramdihal, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk.
2.Zie de uitspraak van rechtbank Den Haag van 3 maart 2026, NL26.46059.