De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die sinds februari 2023 bij haar vader woont. De minderjarige is opgegroeid in een onrustige en complexe opvoedsituatie en heeft veel meegemaakt. Hoewel zij een positieve ontwikkeling doormaakt, zijn er nog grote zorgen over haar ontwikkeling en is professionele hulpverlening noodzakelijk.
De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek met het feit dat de minderjarige behoefte heeft aan één-op-één begeleiding op school en aan gesprekken over haar ervaringen. Er is een aanmelding gedaan bij een zorginstantie voor passende hulp en er wordt gewerkt aan begeleide contactmomenten met de moeder, die nog niet zijn opgestart vanwege financieringsproblemen. De ouders communiceren nauwelijks direct en zijn het vaak oneens, wat de situatie bemoeilijkt.
De moeder stemt in met de verlenging en benadrukt de noodzaak van begeleiding en contactmomenten. De vader is het niet eens en vindt dat de instelling onvoldoende heeft gedaan, maar erkent de communicatieproblemen. De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan, gezien de kwetsbaarheid van de minderjarige, de noodzaak van hulpverlening en het belang van het begeleiden van contactmomenten en communicatie tussen ouders.
De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 25 februari 2027 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De beslissing wordt geregistreerd in het gezagsregister en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.