Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6551

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
C/09/697559 / JE RK 26-47
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWBesluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens complexe opvoedsituatie en hulpbehoefte

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die sinds februari 2023 bij haar vader woont. De minderjarige is opgegroeid in een onrustige en complexe opvoedsituatie en heeft veel meegemaakt. Hoewel zij een positieve ontwikkeling doormaakt, zijn er nog grote zorgen over haar ontwikkeling en is professionele hulpverlening noodzakelijk.

De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek met het feit dat de minderjarige behoefte heeft aan één-op-één begeleiding op school en aan gesprekken over haar ervaringen. Er is een aanmelding gedaan bij een zorginstantie voor passende hulp en er wordt gewerkt aan begeleide contactmomenten met de moeder, die nog niet zijn opgestart vanwege financieringsproblemen. De ouders communiceren nauwelijks direct en zijn het vaak oneens, wat de situatie bemoeilijkt.

De moeder stemt in met de verlenging en benadrukt de noodzaak van begeleiding en contactmomenten. De vader is het niet eens en vindt dat de instelling onvoldoende heeft gedaan, maar erkent de communicatieproblemen. De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan, gezien de kwetsbaarheid van de minderjarige, de noodzaak van hulpverlening en het belang van het begeleiden van contactmomenten en communicatie tussen ouders.

De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 25 februari 2027 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De beslissing wordt geregistreerd in het gezagsregister en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 25 februari 2027 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/697559 / JE RK 26-47
Datum uitspraak: 23 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat: mr. C.C. Sneper uit Baarn,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2].

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 januari 2026;
  • de door de gecertificeerde instelling nagestuurde stukken, ontvangen op 16 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam] namens de gecertificeerde instelling;
  • de vader;
- de moeder met mr. M. Erkens (waarnemend voor mr. C.C. Sneper).
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.3.
[minderjarige] woont bij de vader.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 februari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 25 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, schriftelijk en ter zitting, als volgt gemotiveerd. [minderjarige] heeft veel meegemaakt en zij is opgegroeid in onrustige opvoedsituatie bij de ouders. Na een periode in een pleeggezin te hebben verbleven, woont [minderjarige] sinds 13 februari 2023 bij de vader. De afgelopen periode is [minderjarige] gestart op het speciaal onderwijs. Over haar voortgang is nog weinig bekend. Wel is duidelijk geworden dat [minderjarige] behoefte heeft aan één-op-één begeleiding op school en iemand om mee te praten over hetgeen zij heeft meegemaakt. Met school is afgestemd dat er ambulante begeleiding vanuit school voor [minderjarige] zal worden ingezet en er is een aanmelding wordt gedaan bij [zorginstantie 1]. Verder is er op dit moment nog onduidelijkheid over wat [minderjarige] nodig heeft om zich optimaal te ontwikkelen. De komende tijd zal met [zorginstantie 1] en school worden bekeken welke hulpvragen [minderjarige] heeft en welke therapie passend is voor [minderjarige]. Daarnaast zijn de ouders (nog) niet in staat om gezamenlijk afspraken te maken. Er is momenteel vrijwel geen direct contact tussen de ouders; alles gaat via de e-mail, waardoor regelzaken vertraging oplopen. De ouders zijn het ook vaak oneens, met name omdat de moeder verwachtingen heeft richting de vader die niet altijd haalbaar zijn, wat tot conflicten leidt. Verder is het contact tussen [minderjarige] en de moeder nog niet opgestart. Vanwege het belaste verleden van [minderjarige] is het van belang dat de contactmomenten eerst begeleid zullen gaan plaatsvinden. De gecertificeerde instelling heeft [minderjarige] en de moeder aangemeld bij [zorginstantie 2], voor begeleide contactenmomenten van twee keer in de week. Het maatwerkcontract ligt momenteel nog bij de gemeente voor akkoord voor de financiering. Het is de verwachting dat [zorginstantie 2] binnen een maand kan starten met het begeleiden van de contactmomenten tussen [minderjarige] en de moeder. Gelet op het voorgaande acht de gecertificeerde instelling een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. Om de veiligheid van [minderjarige] te kunnen blijven waarborgen, is professionele hulpverlening en ondersteuning nodig. Er nog geen structureel en veilig contact tussen de moeder en [minderjarige] en het is belangrijk dat duidelijk wordt wat [minderjarige] nodig heeft om zich goed te ontwikkelen. Daarvoor is het van belang dat er zicht komt op de opvoedvaardigheden van de ouders en of zij voldoende aan kunnen sluiten bij de ontwikkelbehoeftes van [minderjarige].

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. Het is zorgelijk dat er al lange tijd geen contact is tussen [minderjarige] en de moeder. Eerst was er geen (vaste) jeugdbeschermer beschikbaar en nu zijn er problemen met de financiering. Wel heeft er afgelopen vrijdag een eerste contactmoment tussen [minderjarige] en de moeder plaatsgevonden, wat door de ouders onderling is geregeld. De moeder vindt de begeleiding vanuit de gecertificeerde instelling nog steeds noodzakelijk. De ouders kunnen nog niet met elkaar communiceren en [minderjarige] zit nog steeds in een loyaliteitsconflict. [minderjarige] heeft hulp daarvoor nodig en het lukt de vader niet zelfstandig om die hulp te regelen. Daarnaast moeten de (begeleide) contactmomenten zo snel mogelijk worden opgestart en het heeft tijd nodig om uiteindelijk naar onbegeleide contactmomenten te gaan, wat wel de wens van de moeder is. Daarvoor acht de moeder een ondertoezichtstelling en de begeleiding van de gecertificeerde instelling nodig.
4.2.
De vader is het niet eens met het verzoek. De vader vindt dat de gecertificeerde instelling het afgelopen jaar onvoldoende heeft gedaan voor [minderjarige]. Het is zorgelijk dat [minderjarige] de moeder de afgelopen periode niet heeft gezien. Hoewel de vader begrijpt dat het onmacht is dat de financiering voor de begeleiden van de contactmomenten niet is geregeld, vindt de vader dat de gecertificeerde instelling in de tussentijd de contactmomenten had moeten begeleiden. Daarnaast is de vader er niet van op de hoogte dat [minderjarige] is aangemeld bij [zorginstantie 1]. Hij en de school zien momenteel geen (zorgelijke) signalen bij [minderjarige] waaruit blijkt dat [minderjarige] deze hulpverlening nodig heeft. De vader erkent dat het lastig is om met de moeder te communiceren. De vader heeft echter de begeleiding van de gecertificeerde instelling niet langer nodig.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1]
5.2.
Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. [minderjarige] is een kwetsbaar meisje en zij is opgegroeid in een complexe opvoedsituatie, waarin zij veel heeft meegemaakt. [minderjarige] woont nu sinds februari 2023 bij de vader en zij krijgt de veiligheid en stabiliteit geboden die zij nodig heeft om zich (verder) te kunnen ontwikkelen. Hoewel [minderjarige] een positieve ontwikkeling doormaakt bij de vader, bestaan er nog steeds grote zorgen over haar ontwikkeling. [minderjarige] heeft tot op heden niet de hulpverlening ontvangen voor hetgeen zij heeft meegemaakt. Ter zitting is duidelijk geworden dat er een aanmelding is gedaan bij [zorginstantie 1]. Met [zorginstantie 1] en school kan worden bekeken welke hulpvragen [minderjarige] heeft en welke hulpverlening passend is om de zorgen over haar ontwikkeling weg te kunnen nemen. Uit de stukken en het besprokene ter zitting is daarbij duidelijk geworden dat de ouders nog steeds niet in staat zijn om op een constructieve manier met elkaar te communiceren en afspraken in het belang van [minderjarige] te maken. Het contact tussen de ouders verloopt (met name) via de e-mail, wat tot gevolg heeft dat het regelen van belangrijke zaken over [minderjarige] vertraging kunnen oplopen. Het is daarnaast zorgelijk dat de begeleide contactmomenten tussen de moeder en [minderjarige] nog niet zijn opgestart. Het goed om te horen dat [minderjarige] en de moeder zijn aangemeld bij [zorginstantie 2] en dat naar verwachting deze begeleiding binnenkort van start kan gaan. De komende tijd moet worden ingezet om de begeleide contactmomenten vorm te geven en, waar mogelijk, uit te breiden naar onbegeleide contactmomenten. De kinderrechter acht een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk, zodat de gecertificeerde instelling het vormgeven en (verdere) uitbreiding van de contactmomenten kan begeleiden, kan inzetten om het verbeteren van de communicatie tussen de ouders en ook regie kan voeren om de hulpverlening te regelen die [minderjarige] nodig heeft. Ook is het belangrijk dat de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] gedurende dit proces worden gemonitord. Gelet op de nog bestaande zorgen en de stappen die de komende tijd nog moeten worden genomen, zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengen voor de duur van een jaar.
5.3.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 25 februari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2026 door mr. A.P. Pereira Horta, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.M. Goossen als griffier, en op schrift gesteld op 6 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.