ECLI:NL:RBDHA:2026:6561
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 30 september 2024. De minister van Asiel en Migratie moest in beginsel binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium voor Syrië werd de beslistermijn verlengd tot maximaal 21 maanden. Hierdoor moest de minister uiterlijk op 30 maart 2026 beslissen.
Eiser stelde de minister op 23 december 2025 schriftelijk in gebreke om binnen twee weken alsnog te beslissen. De rechtbank oordeelde dat deze ingebrekestelling te vroeg was, omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor was het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N.B. Yalcinkaya op 17 maart 2026 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.