ECLI:NL:RBDHA:2026:6561
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 30 september 2024 en moest in beginsel binnen zes maanden beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië tussen 14 december 2024 en 13 juni 2025 is de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 30 maart 2026 viel.
Eiser stelde de minister op 23 december 2025 schriftelijk in gebreke, maar dit was nog vóór het verstrijken van de beslistermijn. Volgens de Algemene wet bestuursrecht is een ingebrekestelling pas geldig als deze na het verstrijken van de beslistermijn wordt gedaan. Hierdoor is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank vond het niet nodig partijen uit te nodigen voor een zitting en wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N.B. Yalcinkaya op 17 maart 2026 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.