Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 11 september 2023 ontvangen, maar de minister had binnen de wettelijke beslistermijn van 21 maanden geen besluit genomen. Eiser stelde de minister op 12 december 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de beslistermijn heeft beslist en de ingebrekestelling correct is gedaan. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van zes weken op waarbinnen de minister alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 15.000,- voor het geval de minister deze termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser, vastgesteld op € 467,-, vanwege het inschakelen van een professionele gemachtigde en het beperkte onderwerp van het geschil. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 17 maart 2026.