ECLI:NL:RBDHA:2026:6570

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
NL25.25745 en NL25.25747
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling minister in proceskosten wegens niet tijdig beslissen op asielaanvragen

Verzoekers hebben op 10 juni 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen. Op 24 juni 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op deze aanvragen. Vervolgens hebben verzoekers hun beroepen ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van de minister.

De rechtbank oordeelt dat de minister door het niet tijdig beslissen en het alsnog nemen van besluiten aan verzoekers is tegemoetgekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank in dat geval de minister veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op €467, gebaseerd op de toepasselijke puntentelling en een lichte wegingsfactor, omdat het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig beslissen. De minister wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoekers.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €467 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op asielaanvragen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.25745 en NL25.25747

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer 1]
[verzoekster], verzoekster
V-nummer: [V-nummer 2]
samen: verzoekers
(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Verzoekers hebben op 10 juni 2025 wederom beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op hun asielaanvragen.
Op 24 juni 2025 heeft verweerder op de aanvragen besloten.
Verzoekers hebben de beroepen ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [3] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvragen van verzoekers heeft besloten en alsnog besluiten heeft genomen op deze aanvragen hangende de beroepen tegen het niet tijdig beslissen, is verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoekers tegemoetgekomen.
3. De verzoeken worden als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. De rechtbank gaat daarbij uit van samenhang tussen de ingestelde beroepen. De proceskosten worden op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 467 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien de beroepen alleen zien op het niet tijdig nemen van besluiten.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 20 maart 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.