Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 14 december 2023, maar de minister had binnen de wettelijke beslistermijn van 21 maanden nog geen besluit genomen. Eiser stelde de minister op 30 december 2025 schriftelijk in gebreke, waarna hij meer dan twee weken later beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de beslistermijn heeft beslist. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-, vanwege het inschakelen van een professionele gemachtigde en het beperkte onderwerp van het geschil. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het houden van een zitting en maakt de uitspraak openbaar bekend op 20 maart 2026.