Verzoeker heeft op 6 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 augustus 2023. Op 22 juli 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op deze aanvraag. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de proceskosten indien het geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroepschrift. Nu de minister niet binnen de gestelde termijn heeft beslist, maar alsnog een besluit heeft genomen tijdens het beroep, is sprake van tegemoetkoming.
De rechtbank acht het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond en veroordeelt de minister tot betaling van €467 aan proceskosten. Dit bedrag is vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), waarbij één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €934 en een wegingsfactor van 0,5 is toegepast. De wegingsfactor 'licht' is passend omdat het beroep uitsluitend ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 24 maart 2026 en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.