ECLI:NL:RBDHA:2026:663
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering over homoseksuele gerichtheid
Eiser, een minderjarige asielzoeker uit Gambia die homoseksueel is, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze afwijzing. De minister achtte de motieven identiteit, nationaliteit en afvalligheid van de islam geloofwaardig, maar verwierp de geloofwaardigheid van de homoseksuele gerichtheid en de benadering door junglesoldaten.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met het referentiekader van eiser, met name zijn jonge leeftijd en trauma, bij de beoordeling van het startpunt van zijn homoseksuele gevoelens. Dit leidde tot een motiveringsgebrek, waardoor het beroep gegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de overige motieven voldoende waren gemotiveerd.
Daarnaast besprak de rechtbank diverse tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser over zijn vader, uitingen van zijn homoseksualiteit, incidenten in Gambia, en de benadering door junglesoldaten. Ondanks deze inconsistenties achtte de rechtbank de minister niet onterecht in zijn oordeel over de ongeloofwaardigheid van deze motieven. Eiser kreeg een proceskostenvergoeding van €1.868 toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.