Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 6 februari 2024 ontvangen, met een beslistermijn van zes maanden. De minister heeft niet binnen deze termijn beslist, ondanks een ingebrekestelling van eiser op 3 juli 2025.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. De minister heeft de beslistermijn overschreden en dient binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. De rechtbank houdt rekening met het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming en het feit dat eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt. Ook wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van € 467,- vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N.B. Yalcinkaya op 24 maart 2026.