ECLI:NL:RBDHA:2026:6644
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugkeerbesluit en beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense ontheemde
De zaak betreft een beroep van een Ghanese ontheemde die vanuit Oekraïne naar Nederland is gekomen en tijdelijk bescherming genoot op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). De minister heeft op 22 juli 2025 een terugkeerbesluit opgelegd waarmee het verblijfsrecht van eiser op grond van de RTB is beëindigd. Eiser betwist dit besluit en voert meerdere beroepsgronden aan.
De rechtbank overweegt dat de implementatie van de RTB in Nederland correct is en dat de minister niet verplicht was een verblijfsvergunning te verlenen, maar een verblijfsdocument (W-document) mocht afgeven. Ook is de bevoegdheid van de minister om facultatieve tijdelijke bescherming te beëindigen bevestigd, mede gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie EU en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Verder oordeelt de rechtbank dat het terugkeerbesluit niet in strijd is met het vertrouwensbeginsel, het evenredigheidsbeginsel of artikel 8 EVRM Pro. Er was geen verplichting tot een individuele belangenafweging of een hoorzitting voorafgaand aan het besluit. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.