AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit minister
Verzoeker heeft op 22 juli 2025 een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie ontvangen en hiertegen beroep ingesteld. Tegelijkertijd verzocht hij om een voorlopige voorziening om het terugkeerbesluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft partijen gevraagd of zij mondeling gehoord wilden worden, maar na toestemming van de minister om de zaak buiten zitting af te doen en het uitblijven van reactie van verzoeker, is geen zitting gehouden.
Op 25 maart 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.36246), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. Spelt en griffier M.M. Tank, en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open op grond van artikel 8:57 vanPro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.36247
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. J.A. Neslo),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: M. Meijning).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoeker heeft ingediend nadat de minister hem een terugkeerbesluit heeft opgelegd. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af .Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Verzoeker heeft op 22 juli 2025 een terugkeerbesluit van de minister gekregen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
Partijen zijn per brief van 12 september 2025 gevraagd of zij nog mondeling op een zitting willen worden gehoord. De minister heeft de voorzieningenrechter medegedeeld toestemming te geven de zaak af te doen buiten zitting. Bij het uitblijven van een reactie van verzoeker heeft de voorzieningenrechter daarom afgezien van een zitting. [1]
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.36246, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
25 maart 2026
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voetnoten
1.Op grond van artikel 8:57 vanPro de Algemene wet bestuursrecht.