ECLI:NL:RBDHA:2026:6682
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht en onduidelijke verblijfplaats
Verzoeker diende op 21 oktober 2025 een aanvraag voor een verblijfsvergunning in, die op 25 november 2025 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting omdat het griffierecht niet was betaald.
De griffierechter stelde verzoeker in de gelegenheid het griffierecht van €194 binnen twee weken te betalen, maar de aangetekende brieven werden retour gezonden met de vermelding dat verzoeker onbekend was op het opgegeven adres. Nader onderzoek toonde aan dat verzoeker niet bekend is in de basisregistratie personen en dat hetzelfde postadres werd gebruikt in ten minste 19 soortgelijke zaken, waarbij ook identieke handtekeningen en vrijwel identieke verzoekschriften en ondernemingsplannen werden ingediend.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek niet door verzoeker zelf was ondertekend en dat de verblijfplaats onbekend is, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is. Er werd geen herstelmogelijkheid geboden en het verzoek werd niet inhoudelijk beoordeeld. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en onbekende verblijfplaats van verzoeker.