ECLI:NL:RBDHA:2026:6690
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht en niet-ondertekend verzoek
Verzoeker diende op 10 november 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning, die op 26 november 2025 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting omdat het griffierecht niet was betaald, wat een vereiste is voor ontvankelijkheid.
Verzoeker deed een beroep op betalingsonmacht, maar reageerde niet op het verzoek van de rechtbank om dit nader toe te lichten. De griffier stuurde een aangetekende brief om alsnog het griffierecht te betalen, maar deze werd niet afgehaald en keerde retour. Controle in de basisregistratie personen toonde aan dat verzoeker geen ingezetene is, waardoor geen alternatief adres beschikbaar was.
De voorzieningenrechter constateerde opvallende gelijkenissen met andere verzoeken van Turkse zelfstandigen, waaronder identieke handtekeningen en postadressen die steeds retour kwamen. Er was geen gemachtigde die namens verzoeker optrad, en de verblijfplaats van verzoeker was onbekend. Gezien het niet betalen van het griffierecht en het ontbreken van een geldige ondertekening, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke beoordeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van een geldige ondertekening.