ECLI:NL:RBDHA:2026:6697
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht en twijfel over identiteit verzoeker
Verzoeker diende op 21 oktober 2025 een aanvraag voor een verblijfsvergunning in, die op 25 november 2025 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting omdat het griffierecht niet was betaald, wat een vereiste is voor ontvankelijkheid.
Verzoeker had een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar reageerde niet op het verzoek om dit nader toe te lichten. De griffier stuurde meerdere brieven om betaling te verkrijgen, maar deze werden retour gezonden met de vermelding dat de geadresseerde onbekend was. Uit onderzoek bleek dat verzoeker onbekend is in de basisregistratie personen en dat het opgegeven postadres een bedrijventerrein is waar meerdere identieke verzoeken met dezelfde handtekening en ondernemingsplannen werden ingediend.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek niet door verzoeker zelf is ondertekend en dat de verblijfplaats onbekend is, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding om het niet betalen van het griffierecht te verontschuldigen of om herstel toe te staan. Het verzoek wordt daarom niet inhoudelijk beoordeeld en afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en twijfel over de authenticiteit van het verzoek.