ECLI:NL:RBDHA:2026:6698

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
NL25.63718
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 VwArt. 30b VwArt. 30c Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en motieven

Eiser, die stelt een Palestijn uit Syrië te zijn, heeft meerdere asielaanvragen ingediend. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser met een Jordaans paspoort een visum heeft verkregen en een laissez-passer voor Jordanië is afgegeven, waardoor verweerder uitgaat van de Jordaanse nationaliteit. Tevens is vastgesteld dat eiser eerder valse documenten heeft overgelegd.

De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de identiteit en nationaliteit van eiser als ongeloofwaardig zijn beoordeeld. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij daadwerkelijk uit Syrië komt en heeft geen documenten overgelegd ter ondersteuning van zijn verhaal over een smokkelaar.

Ten aanzien van de gestelde homoseksuele gerichtheid en afvalligheid oordeelt de rechtbank dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de verklaringen van eiser hierover ongeloofwaardig zijn. Eiser heeft onvoldoende inzicht gegeven in zijn seksuele geaardheid en het proces van afvalligheid, en zijn verklaringen zijn oppervlakkig en onduidelijk.

De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.63718

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. L.F. Ludwig).

Procesverloop

Met het besluit van 20 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser als kennelijk ongegrond afgewezen op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 13 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

Inleiding
1.1.
Eiser stelt [naam eiser] te zijn, geboren op [geboortedatum]
2000. Hij stelt dat hij geboren is in Syrië en dat hij Palestijn is.
1.2.
Eiser heeft eerder op 17 april 2022 een asielaanvraag ingediend. Met het besluit van
27 mei 2023 heeft verweerder deze asielaanvraag als kennelijk ongegrond afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, d en e van de Vw en een inreisverbod voor de duur van twee jaar aan eiser opgelegd. Met de uitspraak van 17 juli 2023 (NL23.15827) heeft deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, het beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep ingesteld.
Op 11 november 2024 heeft eiser wederom een asielaanvraag ingediend. Met het besluit van
25 november 2024 heeft verweerder deze aanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Tegen dit besluit heeft eiser geen rechtsmiddel aangewend. Na deze procedure is eiser naar Duitsland vertrokken.
Op 15 mei 2025 heeft eiser opnieuw een asielaanvraag ingediend. Eiser heeft aan deze aanvraag ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel en afvallig is en dat hij daardoor problemen heeft gekregen met zijn familie. Hij stelt op jonge leeftijd uit Syrië te zijn vertrokken en enige tijd in Turkije te hebben gewoond.
Eiser heeft verklaard in Turkije door zijn familie te zijn geslagen omdat hij homoseksueel is en omdat hij van religie is veranderd. Verder heeft eiser verklaard dat hij het land Jordanië niet kent en daarom ook weinig weet over de positie van homoseksuelen.
Het bestreden besluit
2. Omdat eiser geen zienswijze heeft ingediend, heeft verweerder in het bestreden
besluit naar de motivering van het voornemen van 23 mei 2025 verwezen.
Volgens verweerder bevat het asielrelaas van eiser drie asielmotieven:
de identiteit, nationaliteit en herkomst;
de homoseksuele gerichtheid en de problemen die daardoor zijn ontstaan;
de afvalligheid van de islam en de problemen die daardoor zijn ontstaan.
Verweerder gelooft de Syrische identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet. Volgens verweerder wordt niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, c en e, van de Vw. Omdat eiser een visum heeft aangevraagd met een Jordaans paspoort, en hij een laissez-passer voor Jordanië heeft verkregen, gaat verweerder uit van de Jordaanse nationaliteit.
Verweerde heeft zich verder op het standpunt gesteld dat eiser tijdens eerdere asielaanvragen moedwillig valse documenten heeft overgelegd. Hiermee wilde eiser aantonen dat hij uit Syrië kwam om zo een verblijfsvergunning te kunnen krijgen vanwege de algemene oorlogssituatie in Syrië. Eiser blijft echter volhouden dat hij daadwerkelijk uit Syrië komt en dat juist de aanvraag voor het visum met het Jordaanse paspoort niet juist is. Verder valt volgens verweerder niet in te zien dat eiser daadwerkelijk internationale bescherming nodig heeft, nu hij bij de vorige procedure een onvolledige aanvraag heeft ingediend.
Ten aanzien van het tweede en derde asielmotief geldt volgens verweerder dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c en e, van de Vw.
Eiser heeft onder meer niets kunnen verklaren over het moment waarop hij zich realiseerde dat hij op mannen viel. Ook heeft eiser onder meer niet inzichtelijk kunnen maken hoe het voor hem was om homoseksueel te zijn in de maatschappij waar hij leefde. Verder heeft eiser niet eenduidig over zijn homoseksualiteit verklaard, nu hij bijvoorbeeld ook heeft verklaard transseksueel te zijn. Daarnaast heeft eiser het proces van de gestelde afvalligheid
niet inzichtelijk gemaakt.
Het eerder op 27 mei 2023 aan eiser uitgevaardigde inreisverbod is nog steeds geldig.
Beroepsgronden
3. Eiser voert aan dat het bestreden besluit onjuist is gemotiveerd. In dit besluit verwijst verweerder namelijk alleen naar het voornemen waarin verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom zijn verklaringen over de drie asielmotieven ongeloofwaardig zijn. Eiser had geen gehoor gegeven aan de uitnodiging voor het met zijn gemachtigde nabespreken van het rapport opvolgende aanvraag en voor het nabespreken van het voornemen. Na bekendmaking van het bestreden besluit heeft eiser via VluchtelingenWerk wel contact met zijn gemachtigde opgenomen omdat hij het niet eens is met het afwijzende besluit. Verweerder heeft ten onrechte in het voornemen opgenomen dat eiser met de vals bevonden documenten wilde aantonen dat hij een asielvergunning wilde verkrijgen vanwege de algehele situatie in Syrië. Ten eerste is dit speculatie, ten tweede heeft eiser nooit een beroep gedaan op de algemene situatie in Syrië. Hij stelt dat hij een Palestijn is afkomstig uit Syrië. Ook heeft verweerder ten onrechte in het voornemen opgenomen dat niet kan worden ingezien dat eiser daadwerkelijk bescherming nodig heeft, aangezien hij tijdens de vorige asielprocedure een onvolledige aanvraag heeft ingediend. Volgens eiser staat het daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben volledig los van de vaardigheid die iemand bezit bij het invullen van Nederlandse juridische documenten.
Uit de antwoorden van eiser tijdens het gehoor opvolgende aanvraag valt op te maken dat hij met name de vervolg/verdiepingsvragen regelmatig niet goed heeft begrepen. Eiser herhaalt namelijk dan enkel het eerst gegeven antwoord.
Verder heeft verweerder ten onrechte aangenomen dat transseksualiteit en homoseksualiteit twee verschillende seksualiteiten zijn, omdat transseksualiteit geen seksuele gerichtheid is. Wat eiser hier stelt, is dat het voor hemzelf op hetzelfde neerkomt. Omdat hij (biologisch een man) op mannen valt, is hij homoseksueel en identificeert hij zich als vrouw omdat normaalgesproken vrouwen op mannen vallen. Verder heeft verweerder zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat, nu het geloofwaardig is dat eiser de Jordaanse nationaliteit heeft, hij meer zou moeten kunnen verklaren over de situatie van homoseksuelen in Jordanië. Eiser heeft immers zelf niet beweerd uit Jordanië te komen, maar uit Syrië.

Beoordeling door de rechtbank

De identiteit, nationaliteit en herkomst
4.1.
Ten aanzien van het eerste asielmotief overweegt de rechtbank als volgt.
Eiser heeft in de eerste asielprocedure een door de Syrische autoriteiten gelegaliseerd uittreksel uit het bevolkingsregister voor Palestijnen en een Syrische identiteitskaart voor Palestijnse vluchtelingen overgelegd. Ten aanzien van het uittreksel uit het bevolkingsregister is uit de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van
5 juli 2022 gebleken dat de legalisatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken van Syrië vals is en dat het document met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven. Uit het rapport van de Koninklijke Marchaussee van 19 april 2022 is gebleken dat de Syrische identiteitskaart vals is. Verder is gebleken dat eiser eerder, met behulp van een origineel Jordaans paspoort, een Nederlands visum heeft aangevraagd en daarbij andere persoonsgegevens heeft gebruikt. In de uitspraak van 17 juli 2023 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, geoordeeld dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de door eiser gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig zijn. De rechtbank verwijst naar dit oordeel in de eerste asielprocedure.
4.2.
In de onderhavige procedure stelt eiser wederom dat hij een Palestijn uit Syrië is en heeft hij tijdens het gehoor verklaard dat een smokkelaar hem heeft geholpen bij zijn visumaanvraag. Hij heeft geen documenten overgelegd. Nu eiser zijn verklaringen over de smokkelaar niet aannemelijk heeft gemaakt en ook is gebleken dat ten behoeve van eiser een laissez-passer voor Jordanië is afgegeven, heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig zijn en heeft verweerder kunnen uitgaan van de Jordaanse nationaliteit. Het betoog van eiser dat verweerder ten onrechte heeft geconcludeerd dat hij moedwillig valse documenten heeft verkregen om een beroep te kunnen doen op de veiligheidssituatie in Syrië slaagt ook niet. Verweerder heeft er op de zitting op gewezen dat eiser tijdens het aanmeldgehoor in de eerste asielprocedure van 10 juni 2022 (pagina 13 van het gehoor onder punt 8 ‘asielmotief’) heeft verklaard dat hij uit Syrië is gevlucht vanwege de oorlog. Nog los daarvan, heeft verweerder doorslaggevend kunnen achten dat eiser in de eerste asielprocedure vals bevonden documenten ter onderbouwing van zijn gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst heeft overgelegd waarmee hij verweerder heeft misleid.
Ook heeft verweerder bij de beoordeling of eiser voldoet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, van de Vw kunnen betrekken dat eiser een half jaar heeft gewacht totdat hij de onderhavige (derde) asielaanvraag heeft ingediend, nadat zijn tweede asielaanvraag buiten behandeling was gesteld vanwege de onvolledigheid van het betreffende formulier (M35-0). Verweerder heeft van eiser kunnen verwachten dat hij goed op de hoogte is van toegang tot de asielprocedure, nu hij al twee keer eerder een asielaanvraag had ingediend.
De verklaringen over de seksuele gerichtheid en de afvalligheid
4.3.
De rechtbank volgt eisers betoog dat het gehoor opvolgende aanvraag onzorgvuldig is afgenomen, omdat hieruit blijkt dat eiser vervolg- en verdiepingsvragen niet heeft begrepen, niet. Uit het verslag van het gehoor blijkt dat de gehoormedewerker eiser aan het begin heeft gevraagd om het aan te geven als hij moeite zou hebben met bepaalde vragen en is op een groot aantal punten doorgevraagd. Ook heeft de gehoormedewerker een aantal keer bij eiser geverifieerd of verklaringen goed waren begrepen. In het verslag van het gehoor zijn geen aanknopingspunten te vinden dat eiser de gehoormedewerker in onvoldoende mate heeft begrepen of dat eiser niet voldoende gelegenheid heeft gekregen om zijn verhaal te doen.
4.4.
Ten aanzien van de gestelde homoseksuele geaardheid heeft eiser in beroep gesteld dat transseksualiteit geen seksualiteit is, maar het zichzelf identificeren als iemand van het andere geslacht. Volgens eiser heeft verweerder daarom ten onrechte gesteld dat homoseksualiteit en transseksualiteit twee verschillende seksualiteiten zijn. Naar het oordeel van de rechtbank doet deze opvatting van eiser geen afbreuk aan de motivering van verweerders standpunt dat eisers verklaringen over de gestelde homoseksualiteit en de daarmee samenhangende problemen ongeloofwaardig zijn. Eisers betoog laat onverlet dat verweerder in het voornemen deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiser op meerdere punten oppervlakkige en summiere verklaringen heeft afgelegd. Zo heeft eiser onder meer summier verklaard over het moment waarop hij zich realiseerde dat hij gevoelens had voor jongens, heeft hij niet inzichtelijk kunnen maken hoe het voor hem was om homoseksueel te zijn in de maatschappij waarin hij leefde en heeft hij oppervlakkig verklaard over de relaties die hij met mannen heeft gehad. In beroep heeft eiser verweerders standpunt niet gemotiveerd weersproken.
Verder heeft verweerder kunnen verwachten dat eiser meer zou kunnen verklaren over de situatie van homoseksuelen in Jordanië. Weliswaar heeft eiser steeds gesteld een Palestijn uit Syrië te zijn en heeft hij zelf niet verklaard dat hij uit Jordanië afkomstig is, maar op basis van het Jordaanse paspoort dat eiser voor zijn visumaanvraag heeft gebruikt en het laissez-passer dat voor Jordanië is afgegeven, heeft verweerder kunnen aannemen dat eiser de Jordaanse nationaliteit heeft.
4.5.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ook deugdelijk gemotiveerd dat eisers verklaringen over de gestelde afvalligheid en de daarmee samenhangende problemen ongeloofwaardig zijn. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser geen inzicht heeft kunnen geven in het proces van afvalligheid en dat hij ongerijmde verklaringen heeft afgelegd over de mishandeling die het gevolg zou zijn van het afstappen van de islam. Eiser heeft in beroep niet onderbouwd waarom verweerders motivering op dit punt tekort zou schieten.
4.6.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het tweede en derde asielmotief ongeloofwaardig zijn. De beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

5. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.V. van Baaren, rechter, in aanwezigheid van P. Deinum, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.