1.2.Eiser heeft eerder op 17 april 2022 een asielaanvraag ingediend. Met het besluit van
27 mei 2023 heeft verweerder deze asielaanvraag als kennelijk ongegrond afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, d en e van de Vw en een inreisverbod voor de duur van twee jaar aan eiser opgelegd. Met de uitspraak van 17 juli 2023 (NL23.15827) heeft deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, het beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep ingesteld.
Op 11 november 2024 heeft eiser wederom een asielaanvraag ingediend. Met het besluit van
25 november 2024 heeft verweerder deze aanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Tegen dit besluit heeft eiser geen rechtsmiddel aangewend. Na deze procedure is eiser naar Duitsland vertrokken.
Op 15 mei 2025 heeft eiser opnieuw een asielaanvraag ingediend. Eiser heeft aan deze aanvraag ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel en afvallig is en dat hij daardoor problemen heeft gekregen met zijn familie. Hij stelt op jonge leeftijd uit Syrië te zijn vertrokken en enige tijd in Turkije te hebben gewoond.
Eiser heeft verklaard in Turkije door zijn familie te zijn geslagen omdat hij homoseksueel is en omdat hij van religie is veranderd. Verder heeft eiser verklaard dat hij het land Jordanië niet kent en daarom ook weinig weet over de positie van homoseksuelen.
2. Omdat eiser geen zienswijze heeft ingediend, heeft verweerder in het bestreden
besluit naar de motivering van het voornemen van 23 mei 2025 verwezen.
Volgens verweerder bevat het asielrelaas van eiser drie asielmotieven:
de identiteit, nationaliteit en herkomst;
de homoseksuele gerichtheid en de problemen die daardoor zijn ontstaan;
de afvalligheid van de islam en de problemen die daardoor zijn ontstaan.
Verweerder gelooft de Syrische identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet. Volgens verweerder wordt niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, c en e, van de Vw. Omdat eiser een visum heeft aangevraagd met een Jordaans paspoort, en hij een laissez-passer voor Jordanië heeft verkregen, gaat verweerder uit van de Jordaanse nationaliteit.
Verweerde heeft zich verder op het standpunt gesteld dat eiser tijdens eerdere asielaanvragen moedwillig valse documenten heeft overgelegd. Hiermee wilde eiser aantonen dat hij uit Syrië kwam om zo een verblijfsvergunning te kunnen krijgen vanwege de algemene oorlogssituatie in Syrië. Eiser blijft echter volhouden dat hij daadwerkelijk uit Syrië komt en dat juist de aanvraag voor het visum met het Jordaanse paspoort niet juist is. Verder valt volgens verweerder niet in te zien dat eiser daadwerkelijk internationale bescherming nodig heeft, nu hij bij de vorige procedure een onvolledige aanvraag heeft ingediend.
Ten aanzien van het tweede en derde asielmotief geldt volgens verweerder dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c en e, van de Vw.
Eiser heeft onder meer niets kunnen verklaren over het moment waarop hij zich realiseerde dat hij op mannen viel. Ook heeft eiser onder meer niet inzichtelijk kunnen maken hoe het voor hem was om homoseksueel te zijn in de maatschappij waar hij leefde. Verder heeft eiser niet eenduidig over zijn homoseksualiteit verklaard, nu hij bijvoorbeeld ook heeft verklaard transseksueel te zijn. Daarnaast heeft eiser het proces van de gestelde afvalligheid
niet inzichtelijk gemaakt.
Het eerder op 27 mei 2023 aan eiser uitgevaardigde inreisverbod is nog steeds geldig.
3. Eiser voert aan dat het bestreden besluit onjuist is gemotiveerd. In dit besluit verwijst verweerder namelijk alleen naar het voornemen waarin verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom zijn verklaringen over de drie asielmotieven ongeloofwaardig zijn. Eiser had geen gehoor gegeven aan de uitnodiging voor het met zijn gemachtigde nabespreken van het rapport opvolgende aanvraag en voor het nabespreken van het voornemen. Na bekendmaking van het bestreden besluit heeft eiser via VluchtelingenWerk wel contact met zijn gemachtigde opgenomen omdat hij het niet eens is met het afwijzende besluit. Verweerder heeft ten onrechte in het voornemen opgenomen dat eiser met de vals bevonden documenten wilde aantonen dat hij een asielvergunning wilde verkrijgen vanwege de algehele situatie in Syrië. Ten eerste is dit speculatie, ten tweede heeft eiser nooit een beroep gedaan op de algemene situatie in Syrië. Hij stelt dat hij een Palestijn is afkomstig uit Syrië. Ook heeft verweerder ten onrechte in het voornemen opgenomen dat niet kan worden ingezien dat eiser daadwerkelijk bescherming nodig heeft, aangezien hij tijdens de vorige asielprocedure een onvolledige aanvraag heeft ingediend. Volgens eiser staat het daadwerkelijk internationale bescherming nodig hebben volledig los van de vaardigheid die iemand bezit bij het invullen van Nederlandse juridische documenten.
Uit de antwoorden van eiser tijdens het gehoor opvolgende aanvraag valt op te maken dat hij met name de vervolg/verdiepingsvragen regelmatig niet goed heeft begrepen. Eiser herhaalt namelijk dan enkel het eerst gegeven antwoord.
Verder heeft verweerder ten onrechte aangenomen dat transseksualiteit en homoseksualiteit twee verschillende seksualiteiten zijn, omdat transseksualiteit geen seksuele gerichtheid is. Wat eiser hier stelt, is dat het voor hemzelf op hetzelfde neerkomt. Omdat hij (biologisch een man) op mannen valt, is hij homoseksueel en identificeert hij zich als vrouw omdat normaalgesproken vrouwen op mannen vallen. Verder heeft verweerder zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat, nu het geloofwaardig is dat eiser de Jordaanse nationaliteit heeft, hij meer zou moeten kunnen verklaren over de situatie van homoseksuelen in Jordanië. Eiser heeft immers zelf niet beweerd uit Jordanië te komen, maar uit Syrië.