Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 17 augustus 2024 ontvangen, met een beslistermijn van zes maanden. De minister heeft niet binnen deze termijn beslist, ondanks een ingebrekestelling van eiser op 14 januari 2026.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is, omdat eiser tijdig de minister in gebreke heeft gesteld en daarna beroep heeft ingesteld. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van € 467,- toegekend, omdat hij een professionele gemachtigde heeft ingeschakeld. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt op 25 maart 2026.