ECLI:NL:RBDHA:2026:6705
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht en onduidelijke verblijfplaats
Verzoeker diende op 10 oktober 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning, die op 18 november 2025 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk was.
Het griffierecht van €194,- was niet betaald. Verzoeker deed een beroep op betalingsonmacht, maar reageerde niet op verzoeken om dit nader toe te lichten. De rechtbank wees het beroep af omdat de brief retour kwam met de vermelding dat verzoeker onbekend was. De griffier stuurde een aangetekende brief om alsnog te betalen, maar deze werd niet ontvangen vanwege een gesloten adres.
De voorzieningenrechter constateerde dat in meerdere soortgelijke zaken hetzelfde postadres werd gebruikt, een bedrijventerrein met meerdere bedrijven, en dat verzoeker onbekend was in de basisregistratie personen. Ook bleek dat in veel zaken hetzelfde verzoekschrift, dezelfde handtekening en hetzelfde ondernemingsplan werden gebruikt, wat suggereert dat iemand anders namens verzoeker handelt. Gezien deze feiten en het niet betalen van het griffierecht werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en onduidelijke verblijfplaats van verzoeker.