ECLI:NL:RBDHA:2026:6708
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht en twijfel over ondertekening
Verzoeker diende op 27 oktober 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning, die op 13 november 2025 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk was.
Het griffierecht van €194,- was niet betaald. Verzoeker deed een beroep op betalingsonmacht, maar na verzoek om nadere toelichting en beoordeling van het ondernemingsplan werd dit beroep afgewezen. Pogingen van de rechtbank om het griffierecht alsnog te innen faalden doordat brieven retour kwamen met de melding dat de geadresseerde onbekend was.
De voorzieningenrechter constateerde opvallende gelijkenissen met andere verzoeken van Turkse zelfstandigen, waaronder hetzelfde postadres, identieke handtekeningen en vrijwel identieke verzoekschriften en ondernemingsplannen. Dit leidde tot twijfel over de authenticiteit van de ondertekening en de verblijfplaats van verzoeker.
Gezien het niet betalen van het griffierecht en het vermoeden dat het verzoekschrift niet door verzoeker zelf was ondertekend, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Er werd geen inhoudelijke beoordeling gegeven en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en twijfel over de authenticiteit van de ondertekening.