ECLI:NL:RBDHA:2026:6725
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht en onduidelijke verblijfplaats
Verzoeker diende op 30 oktober 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning, die op 2 december 2025 door de minister werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg vervolgens een voorlopige voorziening aan, waarvoor griffierecht betaald moest worden. Verzoeker betaalde dit griffierecht niet tijdig en deed een beroep op betalingsonmacht, dat werd afgewezen omdat uit het ondernemingsplan bleek dat verzoeker voldoende vermogen had.
De griffier probeerde verzoeker meerdere malen te bereiken om het griffierecht alsnog te betalen, maar de post werd telkens retour gezonden met de vermelding dat verzoeker onbekend was op het opgegeven adres. Onderzoek wees uit dat hetzelfde postadres door meerdere verzoekers werd gebruikt en dat verzoekschriften en handtekeningen opvallend vaak identiek waren, wat de voorzieningenrechter deed vermoeden dat iemand anders namens verzoeker handelde.
Gezien het niet betalen van het griffierecht, het ontbreken van een gemachtigde, de onduidelijke verblijfplaats van verzoeker en de vermoedens van oneigenlijk gebruik van identieke documenten, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Er werd geen inhoudelijke beoordeling gegeven en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en onduidelijke verblijfplaats van verzoeker.