Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam],
[naam],
[naam],
(gemachtigde: mr. D. de Vries)
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een opvolgend beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun machtiging tot voorlopig verblijf. Nadat de nadere beslistermijn in hoger beroep was verstreken, heeft de minister alsnog een besluit genomen. Hierop hebben verzoekers het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank stelt vast dat de minister met het alsnog nemen van het besluit aan verzoekers is tegemoetgekomen. Daarom dient de minister de proceskosten van verzoekers te vergoeden. De kosten worden vastgesteld op € 467,-. Omdat verzoekers waren vrijgesteld van griffierecht, hoeft de minister dit niet te vergoeden.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van de proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Verzoekers kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekers ter hoogte van € 467,-.