ECLI:NL:RBDHA:2026:6729
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht en twijfel over ondertekening
Verzoeker diende op 14 oktober 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning, die op 18 november 2025 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting omdat het griffierecht niet was betaald, wat een vereiste is voor ontvankelijkheid.
Verzoeker had een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar reageerde niet op verzoeken om dit nader toe te lichten. Uit het ondernemingsplan bleek dat verzoeker voldoende vermogen had om het griffierecht te voldoen. Pogingen om de griffierechtbetaling alsnog te laten plaatsvinden mislukten doordat post niet kon worden bezorgd vanwege onbekende verblijfplaats.
De voorzieningenrechter constateerde opvallende gelijkenissen met andere verzoeken van Turkse zelfstandigen, waaronder identieke handtekeningen, vrijwel identieke verzoekschriften en hetzelfde ondernemingsplan, vaak met hetzelfde postadres op een bedrijventerrein. Verzoeker was niet ingeschreven in de basisregistratie personen, waardoor verblijfplaats onbekend is. Er is geen gemachtigde opgetreden, en vermoed wordt dat iemand anders namens verzoeker handelt.
Gezien het niet betalen van het griffierecht, het ontbreken van een geldige ondertekening door verzoeker zelf en de onduidelijkheid over verblijfplaats, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Er is geen inhoudelijke beoordeling van het verzoek gedaan en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en twijfel over de ondertekening.