ECLI:NL:RBDHA:2026:673
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hersteluitspraak inzake verblijfsvergunning asiel met aanpassing ingangsdatum
Op 16 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, een hersteluitspraak gedaan in de zaak tussen eiser, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde mr. R. Balkenende, en de minister van Asiel en Migratie. Deze uitspraak betreft een correctie op een eerdere uitspraak van 13 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:672. De gemachtigde van eiser had opgemerkt dat het dictum van de eerdere uitspraak niet overeenkwam met de overwegingen in die uitspraak, specifiek overweging 19. De rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake was van een kennelijke verschrijving in het dictum en heeft besloten om dit aan te passen.
In de hersteluitspraak is het dictum van de eerdere uitspraak aangepast. De rechtbank heeft bepaald dat het verzoek om heroverweging wordt ingewilligd en heeft de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel vastgesteld op 18 augustus 2019, in plaats van de eerder genoemde 11 augustus 2020. Deze aanpassing is gedaan om de uitspraak in overeenstemming te brengen met de overwegingen die eerder zijn gemaakt. De uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, en mr. M.P. de Zwart was aanwezig als griffier. De hersteluitspraak is openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze uitspraak.