ECLI:NL:RBDHA:2026:6733
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht en onduidelijke verblijfplaats
Verzoeker diende op 14 oktober 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning, die op 18 november 2025 door de minister werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting omdat het griffierecht niet was betaald.
Verzoeker deed een beroep op betalingsonmacht, maar dit werd afgewezen omdat uit het ondernemingsplan bleek dat hij voldoende eigen vermogen had. De griffier stuurde meerdere brieven om het griffierecht alsnog te betalen, maar deze werden retour gezonden met de melding dat de geadresseerde onbekend was. Uit onderzoek bleek dat verzoeker onbekend is in de basisregistratie personen en dat het opgegeven postadres een bedrijventerrein is waar meerdere verzoeken met dezelfde handtekening en identieke ondernemingsplannen vandaan kwamen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het verzoekschrift niet door verzoeker zelf is ondertekend. Er is geen aanleiding om het niet betalen te verontschuldigen of herstel toe te staan. Het verzoek wordt daarom niet inhoudelijk beoordeeld en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en onduidelijke verblijfplaats van verzoeker.