Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie
Samenvatting
.Eiser heeft zijn gestelde minderjarigheid niet overtuigend kunnen maken met zijn verklaringen of documenten. Hoewel de minister zich in het besluit in eerste instantie baseerde op een verouderde lijn over leeftijdsregistratie in een andere lidstaat waardoor het besluit een motiveringsgebrek bevat (en waardoor het beroep dus gegrond is), heeft de minister in het verweerschrift en op de zitting voldoende deugdelijk gemotiveerd waarom hij vasthoudt aan eisers meerderjarige leeftijdsregistratie in Italië. Eiser heeft verder niet overtuigend kunnen verklaren over de militaire dienstplicht in Eritrea. Ook heeft de minister de aanvraag terecht kennelijk ongegrond verklaard omdat eiser de minister heeft misleid over zijn identiteit. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. S.M. Hampsink, griffier.