Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6749

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
C/09/657501 / FA RK 23-8654
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Eindbeschikking omgang, gezag en informatieregeling na onderzoek Raad voor de Kinderbescherming

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader over omgang, gezag en informatieregeling met betrekking tot zijn minderjarige kind. Na verwijzing naar ouderschapsbemiddeling en een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, waarbij de ouders onvoldoende stappen namen om communicatieproblemen te verbeteren, wijzigde de vader zijn omgangsverzoek tot een wekelijkse omgang van zes uur op zaterdag of zondag zonder aanwezigheid van de moeder.

De moeder maakte bezwaar vanwege zorgen over de veiligheid van het kind bij de vader en stelde dat omgang onder begeleiding noodzakelijk is. De rechtbank oordeelde echter dat er geen contra-indicaties zijn voor omgang zonder begeleiding en dat het belang van het kind gediend is met een bandopbouw met de vader. Daarom werd een omgangsregeling vastgesteld op zondag van 10:00 tot 16:00 uur, waarbij de moeder het kind brengt en de vader het terugbrengt.

Gezien de verstoorde communicatie tussen de ouders en het ontbreken van gezamenlijke besluitvorming, wees de rechtbank het verzoek tot gezamenlijk gezag af. De informatieregeling werd vastgesteld op een kwartaalbericht van de moeder aan de vader over belangrijke zaken rondom het kind. De rechtbank wees het verzoek tot consultatie af en nam geen beslissing over kinderalimentatie vanwege eerdere behandeling in hoger beroep. Proceskosten worden door partijen zelf gedragen.

Uitkomst: De rechtbank stelt een omgangsregeling vast op zondag van 10:00 tot 16:00 uur, wijst gezamenlijk gezag af en legt een informatieregeling op waarbij de moeder de vader elk kwartaal informeert.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-8654
Zaaknummer: C/09/657501
Datum beschikking: 24 februari 2026
Gezag, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang, informatieregeling en kinderalimentatie

Beschikking op het op 6 november 2023 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. ter Haar-Bas in Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.J. van Steensel in ’s-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van 4 oktober 2024 van deze rechtbank zijn de ouders verwezen naar de Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en is iedere beslissing over het gezag, de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de informatie- en consultatieregeling, de kinderalimentatie en de proceskosten aangehouden tot 1 maart 2025 in afwachting van het verloop van het Ouderschapsbemiddelingstraject.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • de berichten van 28 februari 2025 van de vader en de moeder;
  • het eindverslag van Cardea van 1 mei 2025;
  • de brief van 25 juni 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming;
  • het advies en het rapport van 6 november 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming in ’s-Gravenhage, met kenmerk [kenmerk] ;
  • het bericht met bijlagen van 19 december 2025 van de vader;
  • het gewijzigd verzoekschrift van 29 december 2025 van de vader;
  • het bericht met bijlagen van 9 januari 2026 van de moeder.
Op 27 januari 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat en tolk S. Huiberts (Engels);
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities voorgedragen en overgelegd.

Aanvullend verzoek en verweer

De vader heeft zijn verzoek ten aanzien van de zorg c.q. omgangsregeling op 29 december 2025 gewijzigd. De vader verzoekt nu, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens:
  • te bepalen dat er tussen de vader en de minderjarige de volgende regeling geldt:
  • elke week op zaterdag of zondag, tijden in overleg met dien verstande dat de omgang minstens zes uur duurt en niet in de woning van de moeder of in aanwezigheid van de moeder. Na zes maanden kunnen partijen evalueren hoe dit is gegaan en of uitbreiding met overnachtingen kan worden afgesproken of dat moet worden toegewerkt naar een regeling waarbij reguliere schoolvakanties, feestdagen en bijzondere dagen worden betrokken.
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Omgang
De ouders zijn bij beschikking van 4 oktober 2024 van deze rechtbank verwezen naar Ouderschapsbemiddeling. Uit het eindverslag van Cardea van 1 mei 2025 volgt dat de ouders ieder een individudeel gesprek hebben gehad en dat er vervolgens één gezamenlijk gesprek is geweest op 4 april 2025. De vader heeft daarna laten weten te stoppen met het traject. Tegen deze achtergrond en gelet op de reacties van de ouders op het eindverslag van Cardea, heeft de Raad besloten een onderzoek te doen. In het raadsrapport heeft de Raad geadviseerd dat de ouders hulpverlening gaan zoeken om hun patronen te doorbreken en de communicatie te verbeteren. Zij kunnen zich hiervoor wenden tot een psycholoog of het traject Samenwerken na Scheiding van [naam 2] volgen. Daarnaast adviseert de Raad om observaties bij beide ouders thuis te doen, om te bekijken wat de sterke punten zijn van de ouders op het gebied van opvoeding om zo eventuele zorgen weg te nemen bij de ander. Volgens Cardea kan dit via ambulante spoedhulp waarvoor de ouders zich moeten richten tot een jeugdteam, Veilig Thuis of een GGZ-instelling voor een verwijzing naar Cardea. In afwachting van de aangeraden hulpverlening adviseert de Raad het verzoek tot omgang aan te houden voor de duur van zes maanden.
Naar aanleiding van het raadsrapport heeft de vader zijn verzoek aangepast. Hij verzoekt nu een omgangsregeling waarbij hij iedere zaterdag of zondag zes uur lang omgang heeft met [de minderjarige] . Na zes maanden wil de vader een evaluatiemoment om de omgang daarna eventueel uit te breiden met overnachtingen en/of een verdeling van de vakanties en feestdagen. De moeder is het niet eens met het verzoek van de vader. Zij maakt zich zorgen om de veiligheid van [de minderjarige] als hij bij de vader is. Zo is de vader niet altijd oplettend bij de omgangsmomenten en kan de vader volgens haar moeilijk aansluiting vinden bij [de minderjarige] .
De omgang moet daarom eerst onder begeleiding plaatsvinden totdat de hulpverlening is gestart. Daarnaast is zij bang dat [de minderjarige] door de vader wordt meegenomen naar [land] .
De rechtbank overweegt als volgt. Gebleken is dat de ouders de geadviseerde stappen uit het raadsrapport niet hebben doorlopen. Zo hebben de ouders geen hulpverlening voor zichzelf ingeschakeld of zich gewend tot een jeugdteam, Veilig Thuis of een GGZ-instelling voor een verwijzing naar de ambulante spoedhulp van Cardea in verband met de observaties thuis. Gelet op de stukken en hetgeen is besproken op de zitting, heeft de rechtbank er weinig vertrouwen in dat de ouders in onderling overleg afspraken kunnen maken over de omgang. In tegenstelling tot de Raad, is de rechtbank niet van oordeel dat de beslissing ten aanzien van de omgang nog langer aangehouden moet worden. Het is van belang dat er duidelijkheid komt over de omgang tussen de vader en [de minderjarige] .
De rechtbank is van oordeel dat er geen contra-indicaties aanwezig zijn waaruit volgt dat [de minderjarige] zodanig niet veilig zou zijn bij de vader dat er omgangsbegeleiding nodig is. De situatie die door de moeder naar voren is gebracht op de zitting, waarbij de vader [de minderjarige] even kwijt was op de kinderboerderij omdat hij op zijn telefoon zat en [de minderjarige] zich in het speelhuisje bevond, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om de omgang alleen onder begeleiding te laten plaatsvinden. Daarbij komt dat de vader inmiddels al erg lang, namelijk ruim 1,5 jaar, alleen onder begeleiding van de moeder omgang heeft gehad met [de minderjarige] . De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige] dat hij – ook zonder aanwezigheid van de moeder – een band kan opbouwen met de vader, en de vader tegelijkertijd de ruimte krijgt om zijn opvoedvaardigheden te ontwikkelen. Verder ziet de rechtbank geen aanleiding om de omgang op te bouwen nu de vader en [de minderjarige] elkaar al kennen. Nu de rechtbank er weinig vertrouwen in heeft dat de ouders in onderling overleg afspraken kunnen maken over de dag en tijdstip voor de omgang, zal de rechtbank daarover een beslissing nemen. De rechtbank zal bepalen dat de omgang zal plaatsvinden op zondag, nu beide ouders op de zitting hebben aangegeven dat deze dag mogelijk is. Verder zal de rechtbank bepalen dat [de minderjarige] dan zes uur, te weten van 10:00 uur tot 16:00 uur, omgang heeft met de vader. Ten aanzien van het halen en het brengen zal de rechtbank bepalen dat de moeder [de minderjarige] brengt en de vader na de omgang [de minderjarige] weer terug brengt naar de moeder. De rechtbank overweegt hiertoe omdat het belangrijk is dat de moeder door [de minderjarige] te brengen, emotionele toestemming geeft aan [de minderjarige] om omgang te hebben met de vader. De rechtbank spreekt de hoop uit dat de ouders elkaar weer gaan groeten op de wisselmomenten en elkaar wellicht zullen uitnodigen om elkaars woning te bekijken om te zien waar [de minderjarige] verblijft als hij bij de betreffende ouder is. Als ouders de minimale beleefdheidsvormen in acht kunnen nemen in elkaars aanwezigheid, maakt dat de overstap van de ene naar de andere ouder voor [de minderjarige] een stuk makkelijker.
Tot slot zal de rechtbank geen evaluatiemoment inplannen zoals door de vader is verzocht. De rechtbank is van oordeel dat de invulling van het ouderschap en daarmee dus onder andere het verloop van de omgang, de verantwoordelijkheid is van de ouders. Zij zullen zelf moeten beoordelen of uitbreiding van de omgang op enig moment wenselijk is. Daarbij zijn er verschillende handvatten geboden in het raadsrapport waarmee de ouders – onder begeleiding van de hulpverlening – aan de slag kunnen.
Gezag
Voor het wettelijk kader en de standpunten van partijen verwijst de rechtbank mede naar de beschikking van 4 oktober 2024. De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt van de wet is dat de ouders in beginsel gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kind uitoefenen. Hiervoor is echter wel vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen. De rechtbank acht de ouders daar op dit moment niet toe in staat. Er is sprake van een verstoorde communicatie waardoor de verstandhouding tussen de ouders zeer slecht is. Daarnaast zijn er grote onderlinge spanningen, zoals ook merkbaar tijdens de zitting. De ouders maken elkaar over en weer ernstige verwijten en staan daarbij lijnrecht tegenover elkaar. De rechtbank verwacht niet dat hierin binnen afzienbare tijd verbetering zal komen en ziet daarom geen aanleiding om de beslissing ten aanzien van het gezag langer aan te houden.
De rechtbank acht het van groot belang dat de omgang eerst goed gaat lopen, voordat de ouders gezamenlijk beslissingen over [de minderjarige] gaan nemen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat gezamenlijk gezag niet in het belang van [de minderjarige] is. De rechtbank zal het verzoek van de vader daarom afwijzen.
Informatie- en consultatieregelingDe rechtbank acht het van groot belang dat de moeder de vader zal informeren over gewichtige aangelegenheden met betrekking tot [de minderjarige] zoals school, gezondheid, sport, vriendschap en vrije tijdsbesteding. De rechtbank zal daarom bepalen dat de moeder dit, conform het verzoek van de vader, één keer per drie maanden zal doen. Dit is belangrijk omdat de vader weinig meekrijgt van het leven van [de minderjarige] dat hij bij de moeder heeft.
Door de door moeder te verstrekken informatie kan de vader dan tijdens de omgangsmomenten beter aansluiten bij de belevingswereld van [de minderjarige] . Het verzoek tot consultatie zal de rechtbank afwijzen gelet op de ernstig verstoorde verstandhouding tussen de ouders.
Kinderalimentatie
In de beschikking van 4 oktober 2024 is naar het oordeel van de rechtbank per abuis het verzoek tot kinderalimentatie aangehouden, terwijl er tevens een eindbeslissing is genomen. Dit laatste is ook terug te zien in het feit dat de vader in hoger beroep is gegaan tegen de beslissing tot vaststelling van de kinderalimentatie, en dit inhoudelijk is behandeld is bij het Gerechtshof Den Haag. De rechtbank zal daarom geen beslissing meer nemen over de kinderalimentatie.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , bij de vader zal zijn: iedere zondag van 10:00 uur tot 16:00 uur,
waarbij de moeder [de minderjarige] brengt naar de vader, en de vader [de minderjarige] weer terugbrengt naar de moeder;
*
bepaalt als informatieregeling dat de moeder één keer per drie maanden de vader per e-mail moet informeren over gewichtige aangelegenheden van [de minderjarige] zoals school, gezondheid, sport, vriendschap en vrije tijdsbesteding;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 februari 2026.