De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader over omgang, gezag en informatieregeling met betrekking tot zijn minderjarige kind. Na verwijzing naar ouderschapsbemiddeling en een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, waarbij de ouders onvoldoende stappen namen om communicatieproblemen te verbeteren, wijzigde de vader zijn omgangsverzoek tot een wekelijkse omgang van zes uur op zaterdag of zondag zonder aanwezigheid van de moeder.
De moeder maakte bezwaar vanwege zorgen over de veiligheid van het kind bij de vader en stelde dat omgang onder begeleiding noodzakelijk is. De rechtbank oordeelde echter dat er geen contra-indicaties zijn voor omgang zonder begeleiding en dat het belang van het kind gediend is met een bandopbouw met de vader. Daarom werd een omgangsregeling vastgesteld op zondag van 10:00 tot 16:00 uur, waarbij de moeder het kind brengt en de vader het terugbrengt.
Gezien de verstoorde communicatie tussen de ouders en het ontbreken van gezamenlijke besluitvorming, wees de rechtbank het verzoek tot gezamenlijk gezag af. De informatieregeling werd vastgesteld op een kwartaalbericht van de moeder aan de vader over belangrijke zaken rondom het kind. De rechtbank wees het verzoek tot consultatie af en nam geen beslissing over kinderalimentatie vanwege eerdere behandeling in hoger beroep. Proceskosten worden door partijen zelf gedragen.