ECLI:NL:RBDHA:2026:677

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
NL26.367
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring van een Tanzaniaanse asielzoeker

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 16 januari 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure betreffende de maatregel van bewaring van een Tanzaniaanse asielzoeker. Eiser, geboren in 2003, had een beroep ingesteld tegen de maatregel die door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd op 24 december 2025. Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde in zijn asielprocedure, aangezien er na de afwijzing van zijn asielaanvraag op 14 december 2025 geen uitzettingshandelingen meer waren verricht. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat de minister wel degelijk voortvarend handelde. Uit het dossier bleek dat er na de oplegging van de maatregel op 30 december 2025 een vertrekgesprek had plaatsgevonden en dat er op 8 januari 2026 een rappel was verstuurd naar de Tanzaniaanse autoriteiten. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen en er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en er kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.367

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. H.J. Toonders).

Procesverloop

Bij besluit van 24 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. [1]
Eiser heeft desgevraagd ingestemd met een schriftelijke afdoening van het beroep. Hij heeft op 12 januari 2026 beroepsgronden ingediend. Verweerder heeft op dezelfde dag gereageerd mede onder verwijzing naar zijn eerdere brief van 9 januari 2026.
De rechtbank heeft op 14 januari 2026 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2003 en de Tanzaniaanse nationaliteit te hebben.
2. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Verweerder heeft sinds de afwijzing van zijn asielaanvraag van 14 december 2025 enkel op 17 december 2025 gerappelleerd op de LP [2] -aanvraag. Daarna zijn geen uitzettingshandelingen meer verricht.
3. Anders dan eiser stelt, is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend handelt. Uit het dossier blijkt dat verweerder, na de oplegging van de maatregel van bewaring, op 30 december 2025 een vertrekgesprek heeft gevoerd met eiser. Daarnaast heeft verweerder op 8 januari 2026 een rappel verstuurd naar de Tanzaniaanse autoriteiten ten behoeve van zijn LP-aanvraag.
4. Verder leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep ongegrond; en
 wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 16 januari 2026 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Laissez-passer.