ECLI:NL:RBDHA:2026:678
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op asielaanvraag na opvolgende aanvraag uit Turkije
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, diende op 8 september 2025 een opvolgende asielaanvraag in nadat hij eerder in 2024 een aanvraag had ingetrokken. Hij stelde dat hij bedreigd werd door criminele bendes en vanwege zijn politieke activiteiten voor een partij in Turkije en Griekenland. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege inconsistenties in het verhaal van eiser, het ontbreken van voldoende bewijsstukken en het feit dat eiser tijdens het gehoor wegliep.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Turkije onveilig zou zijn. De door eiser overgelegde documenten hadden geen betrekking op de actuele bedreigingen en waren niet vertaald. Ook was het niet aannemelijk dat eiser niet in staat was om documenten op te vragen. De inconsistenties in verklaringen en het weglopen tijdens het gehoor ondermijnden de geloofwaardigheid van eiser.
Daarom was er geen reden om aan te nemen dat eiser bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. Het terugkeerbesluit en het inreisverbod waren terecht opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.