ECLI:NL:RBDHA:2026:6802
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing aansluitende machtiging verplichte zorg en afwijzing verzoek tot beëindiging
De rechtbank Den Haag behandelde op 24 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en het verzoek van betrokkene tot beëindiging van de verplichte zorg. Betrokkene lijdt aan schizofrenie, middelenafhankelijkheid en een licht verstandelijke beperking, wat leidt tot ernstig nadeel zoals bedreigingen, afdelingsontwrichtend gedrag en verslechtering door middelengebruik.
De rechtbank stelde vast dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. Hoewel betrokkene zich verzet tegen de diagnose en zorg, is voldaan aan de wettelijke criteria voor een zorgmachtiging. De rechtbank wees het verzoek tot beëindiging af omdat de doelen van de verplichte zorg nog niet zijn bereikt en de zorgmachtiging nog steeds noodzakelijk is.
De beschikking verleent de zorgmachtiging tot 2 september 2026 met diverse maatregelen zoals medicatietoediening, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. De rechtbank erkent de uitzichtloze situatie van betrokkene, maar acht verplichte zorg het enige reële alternatief om ernstig nadeel te voorkomen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot aansluitende zorgmachtiging toe en wijst het verzoek tot beëindiging van de verplichte zorg af.