ECLI:NL:RBDHA:2026:684
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
De minister van Asiel en Migratie legde op 15 juli 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had eerder de rechtmatigheid van de bewaring tot het sluiten van het onderzoek bevestigd.
In deze procedure richtte de beoordeling zich op de periode na het sluiten van dat onderzoek. Eiser stelde dat verweerder geen belangenafweging had gemaakt, omdat het kopje 'belangenafweging' in de voortgangsrapportage blanco was gelaten. De rechtbank oordeelde echter dat de verzwaarde belangenafweging wel concreet was gemotiveerd en dat eiser geen stappen had ondernomen om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen of zijn vertrek te bevorderen.
De rechtbank concludeerde dat het belang van verweerder bij het voortduren van de maatregel zwaarder woog dan het belang van eiser bij invrijheidsstelling. Ook ambtshalve toetsing aan Europese jurisprudentie en het beginsel van non-refoulement leverde geen onrechtmatigheid op. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.