Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Inleiding
Het bestreden besluit
Beroepsgronden
Het oordeel van de rechtbank
consistenten één als
zeer consistent. Daarnaast wordt de combinatie van gynaecologische klachten, blaasklachten, buikpijnklachten en seksuele klachten beoordeeld als
zeer consistent. De hoofdpijnklachten en de pijn aan de voeten worden als
consistentbeoordeeld.
typerendtoegekend.
typerendvoor het gestelde ondergane geweld.
zekerhebben geïnterfereerd met het vermogen om compleet, coherent en consistent te verklaren. Het iMMO heeft voor een uitgebreide onderbouwing van deze conclusie verwezen naar hoofdstuk 7 van het rapport.
zekerhebben geïnterfereerd met het vermogen om compleet, coherent en consistent te verklaren.
consistenttot
zeer consistent. Wegens bovengenoemde beperking van het onderzoek kan een sterker verband (‘typerend’) niet worden aangetoond noch uitgesloten.
consistenttot
zeer consistenten het causaal verband tussen eiseres’ psychische problematiek en de gestelde geweldsincidenten in het asielrelaas heeft gekwalificeerd als
typerend. Uit de beantwoording van de C-vraag in het FMO-rapport blijkt dat de psychiater van het NIFP het causaal verband tussen de psychiatrische bevindingen en de gestelde geweldsincidenten in het asielrelaas heeft gekwalificeerd als
consistenttot
zeer consistent. Verweerder is in het bestreden besluit echter in het geheel niet inhoudelijk ingegaan op (de betekenis van) deze conclusies in het iMMO-rapport en het FMO-rapport. Dit had naar het oordeel van de rechtbank wel gemoeten, nu deze conclusies kunnen bijdragen aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiseres.
zekerhebben geïnterfereerd met het vermogen om compleet, coherent en consistent te verklaren. Ook op (de betekenis van) deze conclusie is verweerder in het bestreden besluit in het geheel niet inhoudelijk ingegaan. Dit had naar het oordeel van de rechtbank wel gemoeten. De rechtbank merkt hierbij op dat zij bekend is met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 2 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1472, over de werkwijze van het iMMO. In deze uitspraak heeft de Afdeling, mede op basis van de bevindingen van een onafhankelijke deskundige, geoordeeld dat het iMMO bij de beantwoording van de B-vraag in het rapport onvoldoende inzichtelijk had gemaakt dat de daarin opgenomen conclusie gebaseerd is op een op de individuele vreemdeling toegespitste beoordeling van zijn vermogen om te verklaren. Wat van deze Afdelingsuitspraak ook zij, verweerder heeft in het bestreden besluit niet gesteld, laat staan gemotiveerd, dat het antwoord op de B-vraag in het op eiseres betrekking hebbende iMMO-rapport is gebaseerd op een onvoldoende op eiseres toegespitste beoordeling. Het innemen van een dergelijk standpunt ligt naar het oordeel van de rechtbank overigens in deze zaak ook niet in de rede, aangezien het iMMO bij de beantwoording van de B-vraag juist uitgebreid is ingegaan op de situatie van eiseres en het iMMO het antwoord op de B-vraag niet enkel heeft gebaseerd op de bij eiseres geconstateerde PTSS-klachten maar ook op de bij eiseres vastgestelde ‘uitzonderlijke factoren’ van schaamte en beperkte intellectuele capaciteiten.
Conclusie en gevolgen
Proceskosten
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 7.328,-.