Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6883

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
NL25.56135
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vw 2000Art. 28 Vw 2000Art. 30b lid 1 Vw 2000Art. 83b lid 3 Vw 2000Artikel 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse eiser wegens ongeloofwaardigheid problemen met clan Black Axe

Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 20 april 2023 een asielaanvraag in, die door de minister van Asiel en Migratie op 10 november 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser vreesde terugkeer naar Nigeria vanwege bedreigingen door de clan Black Axe, na betrokkenheid bij een dodelijk ongeluk en daaropvolgende incidenten.

De rechtbank behandelde het beroep op 3 februari 2026 en oordeelde dat de minister de problemen met de Black Axe-clan terecht ongeloofwaardig mocht vinden. De rechtbank wees aanvullende beroepsgronden die laat werden ingediend af wegens strijd met de goede procesorde. De minister had de identiteit van eiser wel geloofwaardig geacht, maar vond zijn verklaringen over de clan tegenstrijdig en niet overtuigend.

Eiser voerde aan dat zijn korte concentratievermogen onvoldoende werd meegewogen en dat documenten niet op zijn verzoek waren opgesteld, maar deze argumenten werden verworpen. Ook liet eiser zijn betoog over het inreisverbod en artikel 8 EVRM Pro vallen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de afwijzing van de asielaanvraag zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van de clanproblemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.56135

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. V. Senczuk),
en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. D. Post).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. [1] Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister de problemen van eiser met de cult Black Axe ongeloofwaardig mocht vinden. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staat een beschrijving van het asielrelaas van eiser en onder 4 staat waarom de minister de asielaanvraag heeft afgewezen. De beoordeling van de beroepsgronden volgt vanaf overweging 5. Aan het einde van de uitspraak staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 20 april 2023 een asielaanvraag ingediend. Met het bestreden besluit van 10 november 2025 heeft de minister deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL25.56126 (van de echtgenote van eiser), op 3 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiser is van Nigeriaanse nationaliteit en geboren op [geboortedag] 1993. Hij heeft aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is als bestuurder van een auto in Nigeria betrokken geraakt bij een ongeluk, als gevolg waarvan een motorrijder om het leven is gekomen. Deze motorrijder was lid van de clan ‘Black Axe’. Na de dood van de motorrijder is eiser door andere clanleden bedreigd en zijn enkele clanleden bij de oom van eiser binnengevallen, waarbij de neef van eiser om het leven is gekomen. Eiser vreest bij terugkeer naar Nigeria te worden gedood door clanleden van de Black Axe.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
(1) Identiteit, nationaliteit en herkomst;
(2) Problemen met de Black Axe als gevolg van een auto-ongeluk.
4.1.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. De minister vindt de problemen met de Black Axe als gevolg van een auto-ongeluk niet geloofwaardig. De minister heeft daarom alleen gekeken of eiser op grond van zijn identiteit, nationaliteit en herkomst in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Dat is volgens de minister niet het geval. Omdat eiser inconsequente en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd die strijdig zijn met algemene informatie over zijn land van herkomst, heeft de minister de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. [2] Omdat de minister voorlopig uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw 2000 aan de partner van eiser heeft verleend, heeft de minister ook eiser uitstel van vertrek verleend en tegen hem geen terugkeerbesluit uitgevaardigd.
Zijn de aanvullende beroepsgronden van 30 januari 2026 in strijd met de goede procesorde?
5. De rechtbank stelt vast dat de gemachtigde van eiser op vrijdag 30 januari 2026 om 17:05 uur nog aanvullende beroepsgronden (van zes pagina’s) heeft ingediend, die uiteenvallen in acht onderdelen waarvan de meerderheid nieuwe gronden bevatten ten opzichte van de eerder ingediende gronden. Gelet op het tijdstip van indiening heeft de rechtbank hier pas op maandag 2 februari 2026, dus één werkdag voor de zitting, kennis van kunnen nemen. De rechtbank acht dat in strijd met de goede procesorde. Eiser heeft zijn beroepschrift van 17 november 2025 in eerste instantie niet van beroepsgronden voorzien en na het bieden van een herstelverzuimtermijn (van een week) op 24 november 2025 slechts enkele (summiere) beroepsgronden ingediend, met daarin de vermelding dat de beroepsgronden nog zouden worden aangevuld voorafgaand aan de te plannen zitting. Gelet op het feit dat eiser op 3 december 2025 voor de zitting is uitgenodigd, valt niet in te zien waarom het tot 30 januari 2026 heeft moeten duren voordat eiser zijn aangekondigde aanvullende beroepsgronden heeft ingediend. Ter zitting is door de gemachtigde van eiser ook geen reden gegeven voor de late indiening van de aanvullende gronden. Dat de rechtbank verschillende termijnen (van soms één week en soms vier weken) zou hanteren – zoals de gemachtigde van eiser op zitting heeft aangevoerd – is geen reden om de beroepsgronden pas een werkdag voor de zitting aan te vullen. De rechtbank heeft vanwege de late aanvulling van de beroepsgronden onvoldoende gelegenheid gehad om deze te bekijken en voor de zitting voor te bereiden en zij ziet onvoldoende ruimte om de behandeling van het beroep om die reden aan te houden, omdat bij dit beroep sprake is van een zogenoemde vierwekenzaak. [3] Het is verder niet gesteld of gebleken dat eiser door het buiten beschouwing laten van de aanvullende gronden terechtkomt in een situatie die in strijd is met artikel 3 van Pro het EVRM. [4] De rechtbank laat de aanvullende gronden en argumenten van 30 januari 2026 daarom buiten beschouwing voor zover zij geen nadere uitwerking zijn van de beroepsgronden van 24 november 2025.
Mocht de minister de problemen met de Black Axe (het tweede asielmotief) ongeloofwaardig vinden?
6. Eiser betoogt dat de minister zijn problemen met de Black Axe ten onrechte ongeloofwaardig vindt. Eiser stelt allereerst dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn korte concentratievermogen. De minister heeft immers verschillende tegenstrijdigheden tegengeworpen, maar niet onderkend dat eiser de nuances van de vragen van de hoormedewerker en zijn antwoorden daarop niet kan doorgronden. Verder wordt eiser ten onrechte verweten dat de overgelegde documenten tegenstrijdigheden bevatten. Anders dan de minister stelt, zijn deze documenten niet op verzoek van eiser (maar op verzoek van zijn tante) opgemaakt.
6.1.
Dit betoog slaagt niet. De minister vindt de problemen van eiser met de Black Axe terecht ongeloofwaardig. De rechtbank volgt eiser in de eerste plaats niet in zijn betoog dat de minister met de tegengeworpen tegenstrijdigheden onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn vermogen om te verklaren. Afgezien nog van het feit dat de minister één tegenstrijdigheid (over de verklaring dat iedereen de Black Axe kent) in het bestreden besluit heeft laten vallen, volgt uit het medisch advies van 14 januari 2025 slechts dat eiser vanwege zijn korte concentratievermogen korte en gerichte vragen moesten worden gesteld. Uit het advies volgt geenszins dat eiser niet consistent zou kunnen verklaren. Daar komt bij dat eiser niet aanvoert of onderbouwt welke nuances in de vragen of zijn eigen antwoorden door hem niet zouden kunnen worden doorgrond. De rechtbank ziet daarom niet in waarom de nog tegengeworpen tegenstrijdigheden te wijten zijn aan het korte concentratievermogen van eiser. Verder mag de minister aan eiser tegenwerpen dat de overgelegde documenten tegenstrijdigheden bevatten. Dat deze niet op verzoek van eiser zijn opgemaakt, maakt dat niet anders. Nog daargelaten dat de minister er terecht op wijst dat uit ten minste één van deze documenten (de brief van de Nigeriaanse politie van 8 mei 2016) volgt dat die op verzoek van eiser is opgemaakt, is eiser zelf verantwoordelijk voor de documenten die hij in de asielprocedure overlegt. Dient eiser documenten in waarvan hij de inhoud niet kent, dan komt het om die reden ook voor zijn risico als deze tegenstrijdigheden bevatten of als deze zijn verklaringen uit het nader gehoor tegenspreken.
Mocht de minister eiser een inreisverbod opleggen?
7. Eiser heeft zijn betoog dat de minister hem geen inreisverbod mocht opleggen en bij de oplegging van dat inreisverbod onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM, op zitting laten vallen. De rechtbank zal over dat betoog daarom geen oordeel geven.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de afwijzing van zijn asielaanvraag in stand blijft. De minister hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.B. ter Beke, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zoals bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
2.Dat is mogelijk op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000.
3.Vergelijk artikel 83b, derde lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000.
4.Vergelijk EHRM 19 februari 1998, ECLI:CE:ECHR:1998:0219JUD002589494 (Bahaddar/Nederland).