ECLI:NL:RBDHA:2026:6915
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening aanvullende schadevergoeding kinderopvangtoeslag
Verzoekster heeft de Commissie Werkelijke Schade verzocht om een aanvullende schadevergoeding voor de werkelijk geleden schade in verband met de kinderopvangtoeslagjaren 2009 en 2010. Zij vroeg een voorschot van € 12.000,-, maar verweerder kende slechts € 600,- toe. Verzoekster is het niet eens met dit bedrag en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een dreigende uithuiszetting of een andere spoedeisende situatie die onmiddellijke voorziening rechtvaardigt. Hoewel verzoekster financiële problemen heeft en leningen heeft afgesloten, is niet gebleken dat zij op korte termijn haar huur niet kan betalen of dat er loonbeslag zal worden gelegd.
Ook is niet vastgesteld dat het besluit van verweerder evident onrechtmatig is. De discussie over de hoogte van de vergoeding vraagt een diepgaandere beoordeling die niet in deze voorlopige voorziening kan worden gedaan. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
De uitspraak is gedaan op 26 februari 2026 door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag en bindt niet in een eventuele bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisende situatie en evident onrechtmatig besluit.