Uitspraak
Alimentatie
Beschikking op het op 24 maart 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de moeder om kinderalimentatie vast te stellen ten behoeve van haar twee minderjarige kinderen, geboren in 2017 en 2019. De man erkende op de zitting dat hij de biologische vader is, waardoor de rechtbank het verzoek ontvankelijk verklaarde.
De rechtbank stelde de ingangsdatum van de alimentatie vast op de datum van de beschikking, 25 februari 2026. Omdat partijen nooit in gezinsverband hebben samengewoond, werd de behoefte van de kinderen berekend als het gemiddelde van de behoefte bij iedere ouder, gebaseerd op het netto besteedbaar inkomen inclusief kindgebonden budget in 2019, het jaar van de jongste geboorte. De behoefte werd geïndexeerd naar 2026 en vastgesteld op €340 per maand.
De draagkracht van de moeder werd op nihil gesteld vanwege haar bijstandsuitkering. De man heeft een bruto weekloon van €742 plus vakantiegeld en premies, wat resulteert in een netto besteedbaar inkomen van €2.877 per maand. De draagkracht van de man werd berekend op €454 per maand, hoger dan de behoefte van de kinderen.
Er werd rekening gehouden met een zorgkorting van 5% omdat de man de kinderen af en toe ziet, wat neerkomt op €17 per maand. De bijdrage van de man werd daardoor vastgesteld op €323 per maand. Omdat de moeder slechts €300 per maand verzocht, stelde de rechtbank dit bedrag vast, per kind €150, telkens bij vooruitbetaling en uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank stelt de kinderalimentatie vast op €150 per kind per maand met ingang van de datum van de beschikking.