Uitspraak
Scheiding
Beschikking op het op 8 januari 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 10 januari 2025 van de vrouw, met als bijlage de huwelijksakte;
- het F9-formulier van 16 januari 2025 van de vrouw, met als bijlage het betekeningsexploot;
- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoekschrift van de man;
- het verweerschrift op zelfstandig verzoek, tevens aanvullend verzoekschrift van de vrouw;
- het F9-formulier van 21 mei 2025 van de vrouw;
- het F9-formulier van 8 januari 2026 van de man, met bijlagen;
- het F9-formulier van 12 januari 2026 van de vrouw, met bijlagen.
- de vrouw met haar advocaat;
- de man met zijn advocaat.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [dag] 2000 te [plaats] .
- Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, kort gezegd inhoudende een uitsluiting van elke gemeenschap van goederen.
- Deze rechtbank heeft op 19 februari 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende dat:
Verzoek en verweer
- vaststelling van een door de vrouw aan de man te betalen partneralimentatie van € 2.502,- bruto per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden conform een nader door de man in te dienen voorstel;
Beoordeling
- een eenvoudige gemeenschap, te weten de inboedel;
- te verrekenen vermogen;
- vergoedingsrechten.
Eenvoudige gemeenschap
Te verrekenen vermogen
Vergoedingsrechten
Beslissing
- met betrekking tot de inboedel er niets meer dat er niets meer te verdelen valt;
- met betrekking tot de motor en de auto in bezit van de vrouw: de helft van de waarde van de motor en de auto in de verrekening meegenomen dient te worden, te weten een bedrag van € 19.575;
- met betrekking tot de motoren in bezit van de man: de motoren moeten in onderling overleg getaxeerd worden en vervolgens de helft van de waarde hiervan in de verrekening meegenomen dient te worden;
- met betrekking tot de bank- en spaarrekeningen: de man en de vrouw ieder de op hun eigen naam staande bank- en spaarrekeningen behouden, onder verrekening van de saldi per peildatum, waarbij geldt dat ook de gift van de moeder van de man tot het banksaldo behoort;
beslissing ten aanzien van de betaling van de belastingaanslagen en de vergoedingsrechtenaan tot
31 maart 2026 pro forma.