ECLI:NL:RBDHA:2026:7024
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg aan betrokkene met schizo-affectieve stoornis
De rechtbank Den Haag behandelde op 26 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1964. Betrokkene werd verdacht van een manisch psychotische decompensatie met een schizo-affectieve stoornis, die leidde tot ernstig nadeel zoals psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
De advocaat van betrokkene voerde aan dat het verwarde gedrag niet het gevolg was van een psychische stoornis, maar van een urineweginfectie en praktische problemen. Ook werd betoogd dat betrokkene vrijwillig meewerkte aan opname en medicatie, en dat de zorgmachtiging slechts voor zes maanden kon gelden. De verpleegkundig specialist en systeemtherapeut benadrukten echter het risico op terugval door ambivalentie in medicatie-inname en beperkt ziekte-inzicht.
De rechtbank stelde vast dat er sprake is van een psychische stoornis en ernstig nadeel, en dat vrijwillige zorg onvoldoende is. De verplichte zorg wordt beperkt tot het toedienen van medicatie, medische controles en beperkingen in het eigen leven, zonder bewegingsvrijheid te beperken of opname in een accommodatie. De machtiging geldt tot 26 augustus 2026 en is evenredig en noodzakelijk om de geestelijke gezondheid te stabiliseren en terugval te voorkomen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg tot 26 augustus 2026 met medicatie en medische controles, zonder beperking van bewegingsvrijheid.