Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7024

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
29 maart 2026
Zaaknummer
C/09/699118 / FA RK 26-1211
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg aan betrokkene met schizo-affectieve stoornis

De rechtbank Den Haag behandelde op 26 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1964. Betrokkene werd verdacht van een manisch psychotische decompensatie met een schizo-affectieve stoornis, die leidde tot ernstig nadeel zoals psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

De advocaat van betrokkene voerde aan dat het verwarde gedrag niet het gevolg was van een psychische stoornis, maar van een urineweginfectie en praktische problemen. Ook werd betoogd dat betrokkene vrijwillig meewerkte aan opname en medicatie, en dat de zorgmachtiging slechts voor zes maanden kon gelden. De verpleegkundig specialist en systeemtherapeut benadrukten echter het risico op terugval door ambivalentie in medicatie-inname en beperkt ziekte-inzicht.

De rechtbank stelde vast dat er sprake is van een psychische stoornis en ernstig nadeel, en dat vrijwillige zorg onvoldoende is. De verplichte zorg wordt beperkt tot het toedienen van medicatie, medische controles en beperkingen in het eigen leven, zonder bewegingsvrijheid te beperken of opname in een accommodatie. De machtiging geldt tot 26 augustus 2026 en is evenredig en noodzakelijk om de geestelijke gezondheid te stabiliseren en terugval te voorkomen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg tot 26 augustus 2026 met medicatie en medische controles, zonder beperking van bewegingsvrijheid.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/699118 / FA RK 26-1211
Datum beschikking: 26 februari 2026

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. H.P.J. van der Eerden te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 6 februari 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 4 februari 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 29 januari 2026;
- een zorgplan van 23 januari 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 5 februari 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de verpleegkundig specialist, [naam 1] ;
- de systeemtherapeut, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

De advocaat verzoekt primair namens betrokkene om het verzoek af te wijzen. Niet is vastgesteld dat het omschreven gedrag bij betrokkene het gevolg was van een vastgestelde psychische stoornis. Betrokkene was slechts verward omdat zij haar sleutels kwijt was en zij geen reservesleutels van de buurvrouw kon krijgen, waardoor zij niet naar haar hond kon. Betrokkene had ook een urineweginfectie, waardoor niet uitgesloten kan worden dat er sprake was van een delier dat het verwarde gedrag bij betrokkene veroorzaakte. Verder is het ernstig nadeel onvoldoende vast komen te staan. Het ging al een lange tijd goed met betrokkene en was zij voor dit incident voor het laatst opgenomen in 2022. Betrokkene heeft vrijwillig meegewerkt aan de recente opname. Ze is behandeltrouw, werkt mee aan lichamelijk onderzoek naar somatische klachten en ziet het belang in van het nemen van haar medicatie. Betrokkene wil alleen een zo laag mogelijke dosis in verband met de bijwerkingen. Subsidiair voert de advocaat verweer tegen het opleggen van verplichte zorg in de vorm van het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie. De advocaat merkt ten slotte op dat de zorgmachtiging slechts voor de duur van zes maanden kan worden verleend, nu de vorige zorgmachtiging is verlopen.
De verpleegkundig specialist heeft toegelicht dat het sinds de recente opname een stuk beter gaat met betrokkene. Voor de opname was de medicatie van betrokkene verlaagd en was de depotmedicatie omgezet naar orale medicatie, omdat het al langere tijd goed ging met betrokkene. Dat is ook de reden dat er geen verlenging van de vorige zorgmachtiging was aangevraagd. De afgelopen twee maanden werd gezien dat het toestandsbeeld van betrokkene verslechterde en dat zij zeer ambivalent was in het nemen van haar medicatie. Betrokkene vertoonde verward gedrag en er kwamen signalen vanuit de buren en de vader van betrokkene dat het niet goed ging met haar en zij voor overlast zorgde. Betrokkene is in die nacht voor haar huis gevonden door de politie waarna zij op vrijwillige basis is opgenomen. Tijdens de opname weigerde betrokkene in eerste instantie het nemen van haar medicatie en was enige drang noodzakelijk. De verwachting is dat als betrokkene verder gedecompenseerd was, zij niet had meegewerkt aan een vrijwillige opname. Betrokkene heeft weinig inzicht in het belang van het nemen van de juiste dosering van haar medicatie en uit haar verleden blijkt dat zij een terugkerende wens heeft om haar medicatie af te bouwen. Een zorgmachtiging is daarom op dit moment noodzakelijk om een nieuwe decompensatie te voorkomen.
De systeemtherapeut heeft toegelicht dat een nieuwe zorgmachtiging op dit moment nodig is als vangnet om een terugval bij betrokkene te voorkomen. De intentie bij betrokkene is ook om zo goed mogelijk de medicatie in te nemen en zich aan de afspraken te houden, maar dat lukt niet altijd, mede doordat er sprake is van een beperkt ziektebesef en -inzicht bij betrokkene.

Beoordeling

Door betrokkene is betwist dat bij haar sprake is van een psychische stoornis. Gelet op de toelichting van de verpleegkundig specialist ter zitting en de medische verklaring, waarin een onafhankelijk psychiater betrokkene heeft onderzocht en zijn bevindingen heeft vastgelegd, is de rechtbank van oordeel dat vaststaat dat sprake is van een psychische stoornis bij betrokkene, te weten een manisch psychotische decompensatie, nu deels in remissie, met een schizo affectieve stoornis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
-ernstige psychische schade;
-ernstige verwaarlozing;
-maatschappelijke teloorgang;
-de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
In het verleden is betrokkene psychotische gedecompenseerd. Daarbij was sprake van paranoïde- en betrekkingsideeën, zelfverwaarlozing, overlast, verbale agressie naar derden toe en het afroepen van agressie over zichzelf. Betrokkene is lange tijd stabiel geweest waarna begin 2025 op verzoek van betrokkene haar depotmedicatie is omgezet naar orale medicatie. Medio januari 2026 heeft betrokkene een terugval doorgemaakt waarbij sprake was van een toename van verward en overlastgevend gedrag. Dit is vermoedelijk geluxeerd door een te lage dosering of het staken van de orale medicatie. Betrokkene is vervolgens op vrijwillige basis opgenomen waarbij zij opnieuw is ingesteld op haar medicatie en weer gestabiliseerd is. Hoewel betrokkene op dit moment weer thuis woont, is de situatie nog pril en kwetsbaar waardoor het risico op een terugval en daarmee het ernstig nadeel nog onverminderd aanwezig is.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Hoewel betrokkene afspraken met behandelaren nakomt en zij heeft meegewerkt aan een vrijwillige opname, blijkt dat zij ambivalent blijft in het innemen (van de juiste dosering) van haar medicatie, met het risico op decompensatie als gevolg. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, nu betrokkene hier vrijwillig aan meewerkt. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie. Betrokkene is recent vrijwillig opgenomen geweest en is daarvoor sinds 2022 niet opgenomen geweest. Hierdoor acht de rechtbank het opleggen van deze vormen in het gedwongen kader niet noodzakelijk en voorzienbaar. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal daarom worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 augustus 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door
mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 februari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 12 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.