Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7028

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
29 maart 2026
Zaaknummer
C/09/697821 / FA RK 26-432
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:1 lid 5 WvggzArt. 6:2 lid 4 WvggzArt. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van Wvggz voor betrokkene met schizofrenie

De rechtbank Den Haag behandelde op 26 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1974, die verblijft in een zorginstelling. Betrokkene lijdt aan schizofrenie, een verdenking van persoonlijkheidsproblematiek en een lichtverstandelijke beperking, wat leidt tot een chronisch psychotisch toestandsbeeld met wanen, achterdocht en gevaarlijk gedrag.

Ondanks medicamenteuze behandeling vertoont betrokkene agressie, heeft zij meerdere keren geprobeerd brand te stichten en vertoont zij een omgekeerd dag- en nachtritme. Betrokkene weigert medicatie zonder verplichte zorg en is meerdere malen ingesloten geweest. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven voorhanden en vrijwillige zorg is niet mogelijk.

De rechtbank acht de gevraagde vormen van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperkingen, insluiting en toezicht, noodzakelijk en evenredig om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De machtiging wordt verleend voor twaalf maanden, met aftrek van drie weken deskundigenonderzoek, tot en met 5 februari 2027. Het verzoek tot andere medische handelingen wordt afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging tot 5 februari 2027 voor verplichte zorg aan betrokkene met een chronisch psychotisch toestandsbeeld en gevaarlijk gedrag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/697821 / FA RK 26-432
Datum beschikking: 26 februari 2026

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de [zorginstelling] te [plaats 1],
advocaat: mr. M.S.C. Leistra te Zoetermeer.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 15 januari 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft aanvankelijk plaatsgevonden op 5 februari 2026. Op deze datum is de behandeling van het verzoek aangehouden tot en met 26 februari 2026 in afwachting van een (aanvullende) medische verklaring van een onafhankelijk psychiater op grond van artikel 6:1 lid 5 Wvggz Pro. Van de zitting van 5 februari 2025 is een proces-verbaal opgemaakt.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het verzoekschrift;
- een op 13 januari 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater], die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 14 januari 2026;
- een zorgplan van 24 december 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 15 januari 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een brief van de officier van justitie van 22 december 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn;
- het proces-verbaal van 5 februari 2026;
- een op 17 februari 2026 ondertekende aanvullende medische verklaring van [psychiater], die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was.
De mondelinge behandeling van het verzoek is voortgezet op 26 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de arts, [naam].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is naar voren gebracht dat het slecht gaat met betrokkene in de accommodatie. Betrokkene wordt niet goed behandeld en mag door het omgekeerde kamerprogramma niet op haar eigen kamer zitten. Betrokkene ligt veel op bed omdat ze het niet naar haar zin heeft en veel nachtmerries heeft waardoor ze slecht slaapt. Betrokkene wil weer terug naar begeleid wonen bij [instelling 1] omdat het toen veel beter met haar ging. Als betrokkene niet terug kan naar [instelling 1] dan wil ze naar een andere accommodatie, bijvoorbeeld naar [instelling 2] in [plaats 2]. De advocaat verzoekt daarom namens betrokkene om het verzoek af te wijzen.
De arts heeft toegelicht dat ondanks de behandeling met medicatie er sprake is van een voortdurend psychotisch toestandsbeeld bij betrokkene waarbij ze verschillende wanen heeft, achterdochtig is richting haar behandelaren en gevaarlijk gedrag laat zien. Betrokkene kan fysieke agressie laten zien en heeft bij herhaling geprobeerd om brand te stichten. Er wordt gekeken of betrokkene meer vrijheden aankan waardoor ze ook met verlof kan buiten de accommodatie. Soms gaat dat niet goed en gebruikt betrokkene middelen. Momenteel heeft betrokkene een omgekeerd kamerprogramma omdat ze geneigd is om overdag te slapen waardoor ze haar dag- en nachtritme omdraait en haar toestandsbeeld verslechtert. Door het huidige toestandsbeeld en gevaarlijk gedrag van betrokkene is het niet haalbaar om haar over te plaatsen naar een afdeling of accommodatie met een meer open karakter. Betrokkene heeft in het verleden haar medicatie geweigerd en neemt deze alleen in vanwege de zorgmachtiging. Het afgelopen jaar is betrokkene meermaals ingesloten geweest als zij fysiek agressief was. Betrokkene is ook bekend met alcoholmisbruik waarop zij gecontroleerd moet worden en zij wordt gecontroleerd op aanstekers omdat zij die niet in eigen beheer mag hebben. Verder is betrokkene bekend met het overmatig bellen van de hulpdiensten waarvoor haar communicatiemiddelen af en toe beperkt moeten worden. Het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen is niet nodig.

Beoordeling

Op 6 augustus 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden tot en met 6 februari 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie en een verdenking van persoonlijkheidsproblematiek. Daarnaast is er sprake van een lichtverstandelijke beperking.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Ondanks de behandeling met medicatie is er is sprake van een chronisch psychotisch toestandsbeeld bij betrokkene met paranoïde en akoestische hallucinaties. Betrokkene heeft de neiging om zichzelf te verwaarlozen en overdag te slapen waardoor ze haar dag- en nachtritme omdraait. Betrokkene heeft meermaals brand gesticht, belt overmatig de hulpdiensten en kan fysieke en verbale agressie laten zien.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene heeft geen ziektebesef en -inzicht en wil niet in de accommodatie blijven. Betrokkene heeft meermaals haar medicatie geweigerd en neemt die onder toezicht in. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op de toelichting van de arts ter zitting ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen. Niet gebleken is dat het opleggen van deze vorm noodzakelijk en voorzienbaar is. De rechtbank zal het verzoek daarom in zoverre afwijzen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
De rechtbank merkt op dat door het gelaste onderzoek op 5 februari 2026 de beslistermijn op grond van artikel 6:2 lid 4 Wvggz Pro met drie weken is verlengd, te weten tot 27 februari 2026. Nu de rechtbank voor die datum heeft beslist is er sprake van een aansluitende zorgmachtiging. De rechtbank zal de zorgmachtiging daarom verlenen voor de verzochte duur van twaalf maanden, met daarop in mindering gebracht de termijn van drie weken van het gelaste deskundigenonderzoek, te weten tot en met 5 februari 2027.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 februari 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door
mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 februari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 12 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.