ECLI:NL:RBDHA:2026:7097

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
NL25.21040
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskosten na intrekking beroep wegens besluit mvv-aanvraag

Verzoeker stelde op 7 mei 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn echtgenote en kinderen. De minister van Asiel en Migratie gaf bij brief van 15 januari 2026 aan dat de Nederlandse ambassade in Amman de mvv aan de familieleden mocht verstrekken. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat de minister aan verzoeker was tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen, waardoor het beroep werd ingetrokken. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 467,-, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, en veroordeelde de minister tot betaling van dit bedrag. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 25 maart 2026 door rechter M.L. Weerkamp.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten van € 467,- na intrekking van het beroep wegens alsnog genomen besluit op mvv-aanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.21040

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.A. Blaas),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. M. Banwari).

Procesverloop

Verzoeker heeft op 7 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verlenen aan zijn echtgenote en kinderen.
Verweerder heeft verzoeker bij schrijven van 15 januari 2026 meegedeeld dat de Nederlandse ambassade in Amman aan zijn familieleden een mvv mag geven.
Verzoeker heeft daarop het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid van de Awb kan de rechtbank in geval van intrekking van het beroep, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak - met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb - in de proceskosten veroordelen.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen op de aanvraag, dat verzoeker om die reden het beroep heeft ingetrokken en dat verzoeker proceskosten heeft gemaakt.
3. Het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten zal dan ook als kennelijk gegrond worden toegewezen.
4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb [2] voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 467.
Deze uitspraak is gedaan op 25 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit proceskosten bestuursrecht.