Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Kamerstuk II2022/23, 30573, nr. 200.
Kamerstuk II2023/24, 30573, nr. 207, blz. 2.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De minister heeft op 17 november 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, lid 1 sub a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld, waarbij zij zich baseerde op eerdere toetsing van de maatregel in een uitspraak van 5 december 2025. De rechtbank concludeert dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was en dat het voortduren daarvan niet onrechtmatig is.
Eiser voerde aan dat de minister onvoldoende voortvarend handelt en dat er onvoldoende uitzicht is op uitzetting, mede vanwege de werkwijze van de Marokkaanse autoriteiten. De rechtbank oordeelt echter dat de minister regelmatig rappelleert bij de autoriteiten en dat er geen aanwijzingen zijn dat het zicht op uitzetting ontbreekt.
De rechtbank wijst het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.