ECLI:NL:RBDHA:2026:7109

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
NL26.9028
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Spanje

Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, diende op 31 december 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 31 augustus 2025 illegaal via Spanje de EU was binnengekomen. Spanje werd verzocht de asielaanvraag over te nemen en stemde hiermee in.

Eiser voerde aan niet te hebben geweten dat hij in Spanje asiel kon aanvragen en wilde zijn asielmotieven in Nederland toelichten. De rechtbank onderzocht of eiser procesbelang had, mede gezien zijn vertrek met onbekende bestemming en latere detentie. Contact met eiser werd bevestigd, waardoor ontvankelijkheid werd aangenomen.

De rechtbank oordeelde dat de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat centraal staat en dat het feit dat eiser zijn motieven in Nederland wil toelichten niet leidt tot een verplichting voor Nederland om de aanvraag in behandeling te nemen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.9028

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. V. Senczuk),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij het besluit van 17 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1988 en de Algerijnse nationaliteit te hebben. Hij heeft op 31 december 2025 asiel aangevraagd in Nederland.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. [1] Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiser op 31 augustus 2025 illegaal het grondgebied van de lidstaten is ingereisd via Spanje. Verweerder heeft daarom de autoriteiten van Spanje op 13 januari 2026 gevraagd om eiser over te nemen. Op 28 januari 2026 zijn de Spaanse autoriteiten hiermee akkoord gegaan.
3. Eiser voert aan dat hij niet wist dat hij in Spanje asiel had kunnen aanvragen. Hij wil graag in Nederland de gelegenheid krijgen om zijn asielmotieven naar voren te brengen. Eiser wijst hierbij op zijn verklaringen tijdens het Dublingehoor.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep. Verweerder heeft namelijk op 5 maart 2026 aan de rechtbank meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft hierop laten weten dat eiser zich op 5 maart 2026 opnieuw heeft gemeld voor opvang. In reactie daarop heeft verweerder op 23 maart 2026 meegedeeld dat eiser zich niet opnieuw heeft gemeld voor opvang en dat gebleken is dat eiser per 11 maart 2026 is opgenomen in strafrechtelijke detentie. De gemachtigde van eiser heeft bij bericht van 24 maart 2026 kenbaar gemaakt contact met eiser te hebben. Gelet daarop wordt aangenomen dat eiser belang heeft bij de behandeling van zijn beroep. Eiser wordt daarom ontvankelijk geacht in zijn beroep.
6. De rechtbank stelt voorop dat het in deze procedure gaat om de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat. Wat eiser aanvoert, kan niet afdoen aan de verantwoordelijkheid van Spanje voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.
7. Dat eiser zijn asielmotieven in Nederland naar voren wil brengen, maakt niet dat verweerder de asielaanvraag onverplicht naar zich toe had moeten trekken. Eiser kan zijn asielmotieven naar voren brengen bij de Spaanse autoriteiten.
8. Het beroep is ongegrond.
9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 26 maart 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.