ECLI:NL:RBDHA:2026:7115
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Spanje
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Asiel en Migratie het asielverzoek van de verzoeker niet in behandeling genomen omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegelijkertijd werd in een andere zaak (zaaknummer NL26.9028) uitspraak gedaan op het beroep zelf.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak en de Dublinverantwoordelijkheid van Spanje, oordeelde de voorzieningenrechter dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is en wees dit af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 26 maart 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.