ECLI:NL:RBDHA:2026:7116

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
AWB 25/16958
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Rva 2005Art. 19 Rva 2005
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling rechtmatigheid ROV-1 maatregel wegens niet-naleving meldplicht asielzoeker

Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om haar leefgeld gedurende een week in te houden vanwege het herhaaldelijk niet nakomen van haar meldplicht. De maatregel betrof een ROV-1 sanctie, opgelegd na een eerdere schriftelijke waarschuwing.

De rechtbank stelde vast dat eiseres op 30 juli 2025 niet aan haar meldplicht voldeed en onvoldoende bewijs leverde van een geldige reden, ondanks haar mededeling over een afspraak bij de politie. Het COa had duidelijk gesteld dat schriftelijk bewijs vereist was en dat dit vóór de meldplicht moest worden aangeleverd, wat eiseres niet deed.

Eiseres voerde ter zitting nieuwe beroepsgronden aan, waaronder verwijzingen naar Europese arresten en de Staatscourant, maar deze werden wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing gelaten. De rechtbank concludeerde dat het COa conform het Maatregelenbeleid heeft gehandeld en dat de opgelegde maatregel niet disproportioneel was.

Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M.E.A. Braeken op 10 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de inhouding van haar leefgeld wegens niet-naleving van de meldplicht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/16958

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S.J. Koolen),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa

(gemachtigde: mr. R. van Bel).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het COa van 31 juli 2025, dat strekt tot het gedurende één week inhouden van haar leefgeld ter hoogte van € 14,47 (ROV-1 maatregel). Reden daarvoor is dat eiseres (herhaaldelijk) niet is verschenen voor haar meldplicht. Eiseres is het daar niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het COa het leefgeld van eiseres mocht inhouden.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het COa aan eiseres een ROV-1 maatregel heeft mogen opleggen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.3.
Het COa heeft op 18 december 2025 een verweerschrift ingediend.
1.4.
Eiseres heeft op 24 december 2025 op het verweerschrift gereageerd. Op 29 december 2025 heeft eiseres aanvullende beroepsgronden ingediend. Op 7 januari 2026 heeft eiseres aanvullende stukken overgelegd.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, R. Caicedo als tolk en de gemachtigde van het COa

Beoordeling door de rechtbank

Eiseres verbleef bij het COa in de opvang. Eiseres had een meldplicht, inhoudende dat zij zich wekelijks moest melden tussen 10.00 uur en 11.00 uur. Op 16 april 2025 heeft eiseres zich niet gehouden aan haar meldplicht. Het COa heeft eiseres daarom op 17 april 2025 een officiële waarschuwing gegeven
2. Op 29 juli 2025 heeft eiseres per e-mailbericht aan het COa doorgegeven dat zij is opgeroepen om op 30 juli 2025 op het politiebureau in [plaats] te verschijnen en dat zij daardoor niet aan haar meldplicht op 30 juli 2025 kan voldoen. Eiseres geeft aan dat ze het bewijs van de afspraak dat zij bij het politiebureau zal ontvangen zal toesturen. Het COa heeft op dit bericht gereageerd en aangegeven dat er bewijs nodig is van de afspraak en dat dit in de vorm van een uitnodiging of afspraakbevestiging kan en dat eiseres dit vóór 30 juli 2025 om 16:00 uur moet toesturen. Als eiseres dit niet tijdig doet, dan zal er aan haar een sanctie worden opgelegd. Eiseres heeft vervolgens op 30 juli 2025 om 16:38 een e-mailbericht gestuurd naar het COa waarin ze aangeeft dat de politie heeft geprobeerd het COa te bellen, maar dat er niet werd opgenomen. Het COa heeft bij e-mailbericht van 31 juli 2025 om 8:35 uur gereageerd en aangegeven dat een telefoongesprek geen geldig bewijs is van een afspraak. Het COa stelt vast dat eiseres zich niet aan de afspraak heeft gehouden door geen schriftelijk bewijs op te sturen en het COa geeft aan dat aan eiseres een maatregel zal worden opgelegd. Vervolgens heeft het COa het bestreden besluit genomen.
Goede procesorde
3. De rechtbank stelt vast dat eiseres eerst ter zitting heeft aangevoerd dat er geen sprake is van een ernstige inbreuk en dat zij daarbij heeft verwezen naar de Staatscourant van 17 juli 2025, nr, 20243. Verder heeft eiseres eerst ter zitting aangevoerd dat het COa eiseres had moeten horen. Eiseres heeft in dit kader verwezen naar het arrest Sagrario van 12 september 2024 in de zaak C-63/23, ECLI:EU:C:2024:739 (ro. 79 en 80) en het arrest Boudjlida van 11 december 2014, ECLI:EU:C:2014:2431 (ro. 37 en 38).
4. De rechtbank acht dit in strijd met de goede procesorde. Eiseres heeft na indiening van haar beroep op 27 augustus 2025 ruimschoots de tijd gehad om haar beroepsgronden aan te vullen. Eiseres heeft ook op meerdere momenten aanvullende gronden ingediend. Niet valt in te zien waarom eiseres eerst ter zitting deze gronden heeft aangevoerd. De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting aangegeven dat hij deze gronden niet eerder heeft aangevoerd, omdat hij zijn beroep had gericht op de feitelijkheden en hij er niet vanuit ging dat de minister het besluit zou handhaven. De rechtbank stelt vast dat uit het verweerschrift van 17 december 2025 blijkt dat de minister het besluit handhaaft. Vanaf dat moment moet dus in ieder geval voor eiseres duidelijk zijn geweest dat de minister het besluit handhaaft. Eiseres heeft vervolgens ook schriftelijk gereageerd op het verweerschrift, maar zij heeft daarbij niet de eerst ter zitting aangevoerde gronden vermeld. Door eerst ter zitting deze gronden aan te voeren en daarbij te verwijzen naar de Staatscourant en arresten heeft de minister hier ter zitting niet goed op kunnen reageren. De rechtbank ziet daarom aanleiding om deze gronden wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing te laten bij haar beoordeling van het beroep.
Beoordelingskader
5. Op grond van de artikelen 10 en 19 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 (Rva 2005) kan de wekelijkse financiële toelage van asielzoekers worden ingetrokken als de huisregels niet worden nageleefd. Daaronder valt, volgens de huisregels van het COa, het voldoen aan de meldplicht. Als de betrokkene een goede reden heeft om niet aan de meldplicht te voldoen, dan moet dat volgens de huisregels vooraf worden besproken en kan gevraagd worden om bewijsdocumenten waaruit een eventuele geldige reden blijkt. Uit de huisregels volgt verder dat het COa bepaalt op welke plaats en tijdstip de betrokkene zich moet melden.
6. De werkwijze van het COa bij het opleggen van maatregelen is neergelegd in het Maatregelenbeleid COa Hieruit volgt dat een viertal categorieën van maatregelen kunnen worden opgelegd, waaronder maatregelen waarbij verstrekkingen ingehouden kunnen worden, de zogeheten ROV-maatregelen. Deze lopen uiteen van een inhouding van het leefgeld voor de duur van een week tot het ontzeggen van alle verstrekkingen voor altijd. Voor welke maatregel gekozen wordt, hangt af van de impact van het incident op de omgeving (te onderscheiden naar vier impactniveaus).
7. Wanneer sprake is van een geringe impact van een incident/getoond gedrag van een bewoner wordt een ROV-1 maatregel opgelegd. Het gaat hierbij onder andere om overtreding van de huisregels waarbij medebewoners, COa medewerkers en andere personen die op de locatie werkzaam zijn en/of derden lichte schade ondervinden en/of licht gevaar lopen. Zoals het niet voldoen aan de meldplicht. Uit het Maatregelenbeleid volgt verder dat bij het de eerste keer niet melden een bewoner een schriftelijke waarschuwing ontvangt. Wanneer een bewoner zich binnen een tijdsperiode van zes maanden na een eerste meldverzuim opnieuw niet meldt, dan wordt maatregel 1 opgelegd. Hiervoor wordt geen maatregelgesprek gevoerd.
Rechtmatigheid van de maatregel
8. Eiseres voert aan dat de maatregel ten onrechte is opgelegd. Eiseres had die dag een afspraak bij de politie in verband met een ernstig misdrijf tegen haar leven gericht. Eiseres verwijst naar de aangifte en een mailwisseling met de politie.
9. De rechtbank stelt vast dat het COa heeft gehandeld in overeenstemming met het COa Maatregelenbeleid. Aan eiseres is immers na de eerste keer van het missen van de meldplicht een waarschuwing gegeven. Eiseres betwist ook niet dat zij zich op 16 april 2025 niet heeft gehouden aan haar meldplicht, maar zij is van mening dat daar een verschoonbare reden voor was. Eiseres heeft niet met stukken onderbouwd dat zij op die dag en in die periode niet in staat moeten worden geacht zich te kunnen melden. De door eiseres overgelegde uitdraai van haar medische dossier biedt daar onvoldoende aanknopingspunten voor. Met betrekking tot de meldplicht op 30 juli 2025 heeft eiseres de dag daarvoor per mail laten weten dat zij niet aan haar meldplicht kan voldoen. Het COa heeft in reactie aan eiseres laten weten dat er bewijs nodig is van de afspraak en dat dit in de vorm van een uitnodiging of afspraakbevestiging kan en dat eiseres dit vóór 30 juli 2025 om 16:00 uur moet toesturen. Eiseres heeft zich niet aan deze afspraak gehouden. Ter zitting is gebleken dat eiseres op vrijdag 25 juli 2025 wist dat zij zich op 30 juli 2025 bij de politie moest melden. Volgens eiseres heeft de politie haar op maandag 28 juli 2025 aan deze afspraak herinnerd. Eiseres heeft vervolgens pas op 29 juli 2025 contact gezocht met het COa. Eiseres had dus al eerder in contact met het COa kunnen treden en was ook in de gelegenheid om tijdig bewijs te verkrijgen en te overleggen. Dat zij naar eigen zeggen alleen mondeling contact heeft gehad met de politie doet daar niet aan af. Het had op de weg van eiseres gelegen om (tijdig) schriftelijk bewijs op te vragen. Eiseres had zich dus moeten houden aan de voor haar geldende meldplicht op de dag en locatie, zoals door het COa is vastgesteld. De rechtbank ziet tot slot ook geen omstandigheden die zouden maken dat de aan eiseres opgelegde maatregel disproportioneel zou zijn. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, rechter, in aanwezigheid van
mr.L.S. Lodder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.